Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme
Met aandacht gesprekken voeren in een grotere groep

Deze werkwijze kent een aantal richtlijnen over hoe je met aandacht gesprekken kunt voeren in een grotere groep. De richtlijnen hebben tot doel om aandacht en gewaarzijn bij deelnemers tijdens het gesprek te bevorderen en vast te houden. Dat is belangrijk voor de wakkerheid, de onderlinge openheid, het aanwezig zijn, en frisheid van geest in het gesprek. Een ieder kan uit deze lijst een keuze maken die hem of haar (en de groep) past. Wij hebben in eerste instantie vijf richtlijnen gekozen die in onze ervaring doeltreffend zijn. In de achtergrondinformatie zijn meer richtlijnen te vinden.

Richtlijnen voor met aandacht gesprekken voeren in een grotere groep

  1. Laat vooropgezette uitkomsten over het resultaat van de discussie los, evenals die over je eigen bijdrage. Merk hoe je zelf én het verloop van het gesprek verandert wanneer je in staat bent die verwachtingen achterwege te laten. Het gesprek of discussie wordt daar frisser, opener, flexibeler, speelser van.
  2. Luid tijdens een discussie bijvoorbeeld om de tien minuten een gong (of sla zachtjes op een tafel, of gebruik een belletje). Op het moment dat de gong wordt geslagen stopt iedereen met spreken, luistert naar het geluid van de gong en gaat na hoe ieders lichaam, geest en emoties ervoor staan. Als het geluid na zo’n 30 seconden is weggestorven neemt degene die sprak op het moment dat de gong luidde weer het woord en wordt het gesprek vervolgd. Een tiental of vijftiental minuten later herhaalt zich dit. Dit idee van de ‘mindfulness bell’ komt van Thich Nhat Hahn.
  3. Geef stiltes de ruimte in het gesprek. Schenk met name aandacht aan  gevoelens van ongemak of ongeduld als die ontstaan. Zie ook de werkwijze met aandacht spreken.
  4. Verrijk hetgeen iemand zegt of voeg er iets aan toe. Ja, én … in plaats van: Ja, maar. Wals er niet (onbewust) overheen. Ja, maar betekent in principe dat je het ermee oneens bent, maar dat niet direct durft te zeggen. Bertold Gunster legt dat mooi uit in zijn benadering van “Ja maar”. In essentie komt het erop neer dat je als je een verschillend gezichtspunt hebt, je ‘Ja, én…’ zegt. Je zegt ‘nee, want …’ als je het er niet mee eens bent. ‘Ja, maar …’ is dan geen onderdeel van een gesprek meer. Knap lastig overigens. Klik op ja maar voor meer informatie over zijn werkwijze.
  5. Haal de inspiratie om iets in te brengen in het gesprek niet alleen uit je conceptuele geest. Ergernis, enthousiasme, ongeduld zijn gevoelens die prima kunnen dienen als inspiratiebronnen om een bijdrage te leveren.

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie geven we meer algemene richtlijnen, richtlijnen voor mensen die gemakkelijk in groepen spreken en richtlijnen voor mensen die minder gemakkelijk in groepen spreken. Verder geven we tips voor verder lezen en surfen.

Achtergrondinformatie: Met aandacht gesprekken voeren in een grotere groep

Verdere richtlijnen

Algemene richtlijnen

  • Zorg voor wat lichaamsbeweging voorafgaand aan en aan het eind van een discussie. Vraag iedereen om even op te staan en te bewegen.
  • Als je lange tijd stil gezeten hebt, neem dan even de tijd om microbewegingen te maken: beweeg je teen, je hand, je vingers, je bovenbeen, etcetera.
  • Zorg voor een korte stilte als iemand uitgesproken is en iemand anders het woord krijgt. Plan daartussen een paar seconden in.
  • Neem om de zoveel tijd even afstand van de discussie en besteed aandacht aan hoe het met je lichaam en je geest gaat. Hoe sta je ervoor? Ben je nog steeds aanwezig? Ben je vermoeid? Heb je zin in iets anders? Ga na wat je kunt doen om het gesprek weer frisser te maken als dat nodig is.
  • Wees niet al te serieus en voorspelbaar; sta open voor natuurlijke speelsheid en humor. En mochten die speelsheid en humor verdwenen zijn, besteed dan aandacht aan één van bovenstaande richtlijnen.
  • Probeer je twijfel en verschil van mening niet op een agressieve manier te uiten.
  • Sta stil bij jouw intentie én die van je gesprekspartner tijdens een verhitte discussie.
  • Let zo nu en dan op je emotionele energie tijdens een discussie, ongeacht of je luistert of spreekt. Merk op hoe het je deelname aan de discussie beïnvloedt.
  • Vragen hoeven niet altijd direct beantwoord te worden. Oefen je erin om vragen van jezelf of anderen vast te houden. Dat komt op hetzelfde neer als het ontwikkelen van geduld.
  • Besteed aandacht aan het ontstaan van je gedachten terwijl je luistert. Probeer die ideeën vast te houden zonder dat je de ander onderbreekt. Veranderen je ideeën terwijl je ze niet uitspreekt? Wat gebeurt er als je ze helemaal niet deelt met anderen?
  • … (vul zelf aan)

Richtlijnen voor degenen die gemakkelijk in groepen spreken

  • Deel bewust je inspiratie.
  • Voel even de opwinding van je gedachten zonder dat je ze uitspreekt.
  • Voel je gedachten in je hele lichaam.
  • Koester die gedachten: besteed aandacht aan hoe ze veranderen of wegebben.
  • Wacht een seconde langer voor je iets zegt.
  • Besteed aandacht aan hoe vaak jij aan het woord bent in vergelijking met de anderen.
  • Als je steeds aan het woord bent, probeer dan eens hoe het voelt als je een hele sessie niets zegt.
  • … (vul zelf aan)

Richtlijnen voor degenen die niet gemakkelijk in groepen spreken

  • Wees je bewust van je aarzeling om het woord te nemen. Hoe voelt dat?
  • Sta even stil om je weerstand om iets te zeggen te voelen; je vermoeidheid, je minderwaardigheidsgevoelens, enzovoort.
  • Omhels (eerst herkennen, dan erkennen, dan omhelzen) je weerstand met liefdevolle vriendelijkheid en laat het daarna los. Zie ook omgaan met emoties (1)
  • Wees niet bang om jezelf te laten zien met de geest van een beginner. De geest van de. beginnen vraagt namelijk die zogenaamde ‘domme vragen’. Zeg daarna voorzichtig en vriendelijk wat je kwijt wilt. Stap daarin over je twijfel heen.
  • Het is geaccepteerd als je niets zegt.
  • … (vul zelf aan)

Achtergronden

De essentie van de hier aangeboden richtlijnen is dat ze alle aanwezigen stimuleren betrokken te zijn en te blijven bij het gesprek. De essentie van aanwezigheid is dat we aanwezig zijn met ons lichaam, met onze geest en met onze spraak. Als we ons fit voelen in ons lichaam, als we ons lichaam voelen, zijn we meer aanwezig dan niet. We hebben de neiging om tijdens een gesprek uit het lichaam te gaan omdat een gesprek vaak ons hoofd aan het werk zet. Bewustzijn van lichaam wordt vaak onderschat. Grond je daarom regelmatig even.

Als we helder zijn in onze geest zijn we meer aanwezig dan als we dagdromen. We weten dan waar we zijn, we weten hoe het gesprek gaat en we weten wat onze bijdrage kan zijn. Onze spraak komt vooral voort uit de combinatie van lichaam en geest. We weten met een fit lichaam en een heldere geest in het algemeen beter hoe we onze bijdrage kunnen leveren dan wanneer dat niet het geval is. Vrijwel alle richtlijnen bouwen daarom momenten in om na te gaan hoe we ervoor staan met ons lichaam, geest en spraak. Gevoelens vallen in het algemeen onder spraak.

Mensen die deze richtlijnen volgen, ervaren meer frisheid in het gesprek. Ze zitten minder snel vast in hun vooropgezette opvattingen: ‘Ik zal dit wel eens even duidelijk maken.’  Ze geven daarmee ook anderen een kans aan het gesprek mee te doen en er invloed op uit te oefenen: een kenmerk van een groepsgesprek.

De richtlijnen zijn tussen 2001 en 2004 verzameld door Richard Brown, hoofd van de afdeling Contemplative Education van Naropa Universiteit en door ons verder aangepast.