Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme
Contemplatief observeren

De beoefening van aandacht en gewaarzijn helpt ons zien hoe ons innerlijk leven met onze ervaringen, emoties en opvattingen, een directe verbinding hebben met wat er buiten ons gebeurt. De werkwijze van contemplatief observeren helpt ons preciezer na te gaan wat er in die verbinding gebeurt. We doen dat in deze werkwijze door tegelijk de omgeving om ons heen te observeren én ons innerlijke leven. We leren dan over wat de buitenwereld ons doet, en andersom, hoe onze opvattingen mee bepalen wat we van die buitenwereld waarnemen.

Contemplatief observeren: uiterlijk én innerlijk waarnemen

Tijdens contemplatief observeren nemen we waar wat er buiten ons gebeurt; en tegelijkertijd nemen we waar wat onze innerlijke reactie is, wat onze emoties en gedachten zijn over wat er gebeurt.

Er zijn grofweg twee manieren om contemplatief te observeren. De eerste is door iets specifieks in gedachten te nemen waar we meer over willen weten. Dat kan bijvoorbeeld een werksituatie zijn waar we gericht informatie over willen inzamelen. De tweede is door willekeurig om ons heen te kijken en stil te staan bij iets dat ons opvalt. Deze tweede manier blijkt voor veel mensen die deze werkwijze toepassen, de beste: ergens gaan zitten en 5 of 10 minuten contemplatief observeren vanuit een vorm van nieuwsgierigheid. Vragen die we ons daarbij kunnen stellen, zijn: wat zie ik als ik om me heen kijk? Wat zie ik wanneer ik geen vooropgezet plan heb? Wat valt me op? Wanneer we beter getraind zijn, kunnen we deze werkwijze gerichter inzetten. Hieronder volgt een mogelijk stappenplan om dit vorm te geven.

Drie fasen bij contemplatief observeren
We kunnen drie fasen onderscheiden bij contemplatief observeren: de fase voorafgaand aan, tijdens en na het observeren.

I. Voorafgaand aan het observeren

  • Selecteer een plaats en een moment van de dag om te kijken: het is belangrijk bij de voorbereiding een plek te kiezen waar we niet opvallen. Een drukke plek is daarom het meest geschikt. Dat kan een station zijn, een autobusstation, een café, een schoolplein, een speelplaats, de pauze in een bioscoop of concert. Daarnaast is het belangrijk een goed moment voor onszelf te kiezen, een moment waarin we zowel de tijd hebben om de observatie voor te bereiden, als de tijd hebben om te observeren en wat aantekeningen te maken. Meestal hebben we in totaal een half uur tot een uur nodig.
  • Bereid de observatie voor: contemplatief observeren wordt wel gezien als een verlengde van de beoefening van meditatie. Daarom wordt aangeraden om vooraf aan het observeren 10 minuten met aandacht te zitten in de buurt van de plek van observatie. Ga daarbij na hoe je lichaam en geest ervoor staan. Ben je onrustig? Gespannen? Zo ja, waar? Verander niets. Maak er contact mee. Houd dat contact tijdens de observatie. Laat theorieën die opkomen voor wat ze zijn. Die komen later wel.

II. Tijdens het observeren

  • Kies een plek om te observeren. Kies een plaats waar je goed overzicht hebt op de situatie die je wilt observeren zonder dat dat te veel opvalt. Ideaal is dat je zo dichtbij zit dat je de mensen kan horen praten en zien gebaren. Maar niet zo dichtbij dat je hun domein betreedt. Neem daarna je plek in. Ga er echt voor zitten. Houd een rechte houding aan, zoals in meditatie, met je zintuigen open. Voel je lichaam. Maak contact met de stoel of waar je ook maar op zit. Kom regelmatig terug naar je adem en lichaam tijdens de observatie. Dat helpt ook wanneer we overweldigd raken door alles wat we zien. Blijf aandachtig gedurende de vastgestelde periode.
  • Neem wat afstand. Bemoei je niet met de situatie. Als (andere) mensen zich met ons bemoeien blijven we beleefd en zeggen we dat we gewoon wat aan het rondkijken zijn. Houd de aandacht bij het observeren.
  • Observeer ongericht. Dwaal met je blik rond en laat ‘je oog’ (je zintuigen) ergens op vallen. Stel je open voor wat zich aan je voordoet. Wacht op voor jou bijzondere gebeurtenissen. Niets is onbelangrijk. Wanneer je iets gevonden hebt om te observeren, houd daar je aandacht bij en stel vast wat je waarneemt, zowel buiten je als binnen je. Omdat we niet afgescheiden zijn van onze omgeving, is het mogelijk dat er zowel emotionele, cognitieve als lichamelijke gewaarwordingen zich voordoen. Stel vast hoe je conceptuele geest (je gedachten en opvattingen) constant commentaar geeft bij wat je ervaart. Oordeel niet.
  • Maak achteraf aantekeningen. Neem gedurende 5-10 minuten waar. Schrijf pas daarna. Houd deze twee activiteiten gescheiden. Vermeng tijdens het maken van je aantekeningen wat je waarnam buiten je (wat je zag, hoorde, voelde) en je innerlijke reacties. Aantekeningen maken legt vast wat we hebben gezien en is een reflectie op de staat van onze geest. Op termijn helpt het ons te zien dat de innerlijke en uiterlijke wereld onscheidbaar zijn.
    Schrijf zo precies mogelijk op wat je ziet. Schrijf niet: ‘de man lijkt boos’. Schrijf op: ‘de man stapt met snelle stappen op iemand af, spreekt met luide stem en maakt wilde gebaren’. Dat geldt ook voor onze innerlijke wereld. Schrijf: ‘ik voel een spanning in mijn maag als ik dit zie’ of ‘ik voel droefheid over deze situatie’. Een beschrijving kent geen conclusies. Natuurlijk ontstaan er ideeën, maar maak onderscheid tussen wat je ziet en ervaart en wat je erover denkt. Neem even rust.
    Doe eventueel nog een observatieronde. Neem iets nieuws.

In de achtergrondinformatie staat voorbeelden van contemplatieve observaties uitgeschreven.

III. Na het observeren

  • Stel je aantekeningen bij. Herlees je aantekeningen zo spoedig mogelijk nadat je uit de situatie die je geobserveerd hebt bent gestapt. Stel deze eventueel bij als je ontdekt dat je iets belangrijks niet hebt opgeschreven. Mocht je besluiten vaker contemplatief te observeren, bewaar dan je aantekeningen. Als je in een later aantekeningen naast elkaar legt, is dat een bron van reflectie. Dan kan je patronen zien in hoe je waarneemt en reageert. Besteed dan met name aandacht aan de onscheidbaarheid van de uiterlijke en de innerlijke wereld. Hoe zit dat bij jou?
  • Houd de aantekeningen altijd vertrouwelijk. Het gaat niemand wat aan.

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie kun je meer informatie krijgen over de visie, de intenties en de effecten van contemplatief observeren.

Achtergrondinformatie: Contemplatief observeren

De visie achter contemplatief observeren

Contemplatief observeren heeft drie kenmerken. Samen zou je die drie de visie op contemplatief observeren kunnen noemen. De drie kenmerken zijn: de herontdekking van zintuiglijke waarneming; het belang van ervaringskennis naast conceptuele kennis; en de rol van emoties bij de ontwikkeling van mededogen. We lichten de drie kenmerken toe.

1. De herontdekking van de zintuiglijke waarneming
Onze zintuiglijke waarneming, onze directe ervaring, speelt een belangrijke rol in het vormen van kennis. We hebben dat ervaren. Gedurende vakanties genieten we van het ruisen van de wind door de bladeren of het geluid van de golven; voelen we de wind door onze haren, het zand tussen onze tenen en het water op ons lichaam. Deze ervaringen zijn direct gekoppeld aan onze zintuiglijke waarneming. Dat maakt indruk. Dat onthouden we, ook al is het een ander soort kennen dan cognitief, verstandelijk, kennen. We weten dat jonge kinderen door zintuiglijke ervaringen leren. Zo herinneren we ons vaak momenten uit onze jeugd via een zintuiglijke ervaring: een bepaalde geur, een bepaald geluid, een bepaalde toon in een gesprek. Die directe ervaring hebben we onthouden, misschien nog wel meer dan wat we er later over bedacht hebben.

Bij contemplatief observeren zetten we onze zintuiglijke waarnemingen, onze ervaringen bewust in. Dat doen we door open waar te nemen. Daarom mediteren we of zitten we met aandacht voorafgaand aan de observatie. Wanneer we open zijn, zijn we in staat om onderscheid aan te brengen tussen onze ervaring en onze conceptuele reactie op die ervaring. Onze gedachten vervuilen onze ervaringen voortdurend. We zien iemand binnenkomen die we aardig vinden en we denken tegelijk: ‘ah leuk’. We zien iemand binnenkomen die we niet graag mogen en we denken tegelijk: ‘oh nee’. We horen een bepaald woord en we denken meteen ‘vervelend’ of ‘heel goed’ of ‘leuk’. We weten op dat moment vaak het verschil niet tussen wat we zien en wat we denken. We zijn in de war. Contemplatief observeren leert ons opnieuw om onze ervaringen en onze opvattingen daarover uit elkaar te halen. Werkelijk waarnemen betekent dat we bij de ervaring blijven en ons bewust zijn van hoe we daar concepten aan toevoegen. Dan wordt het helderder hoe we in de wereld staan. Dan nemen we beter waar hoe de wereld ervoor staat.

Voorbeeld uit het verslag van iemand over het belang van contemplatief observeren
Vooraf: ‘Het wezen van contemplatief observeren is dat we direct ervaren wat er is. Als onderdeel van mijn ontwikkeling als professional heb ik daarom besloten om deze werkwijze op drie verschillende situaties in mijn werk in te zetten. Op die manier kan ik ontdekken hoe mijn gedachten, emoties en lichamelijke reacties van de ene naar de andere situatie verschillen. Ik kan alleen maar zeggen dat ik na een paar weken deze werkwijze een openbaring vond, zowel persoonlijk als professioneel’.
Achteraf: ‘Na het drie keer deze werkwijze geoefend te hebben viel me op hoe bevooroordeeld ik eigenlijk door het leven ga. Ik zag collega’s plots als mensen in plaats van als bewegende gedragingen. Ik zag één collega waar ik veel last van had, als iemand die zelf ergens last van had, wat ik plots herkende. Ik zag dat de meeste collega’s hard werkten en op hun manier probeerden gedaan te krijgen wat moest. De wereld ziet er echt heel anders uit als je het filter van je oordelen, emoties en dergelijke weglaat. Dat vind ik nu echt belangrijk. Nu kan ik zelf een aardigere collega zijn.’

Wanneer we onbevooroordeeld kunnen observeren, zijn we in staat met meer mededogen op anderen te reageren. Dat kan bijvoorbeeld als we naar anderen luisteren. Dan horen we het verschil tussen wat iemand zegt (de woorden) en de boodschap die in de woorden verpakt zit. We horen dan bijvoorbeeld dat iemand een ruzie wil bijleggen en tegelijk voelen we dat de toon nog heel boos is. Als we dat ‘horen’, zijn we in staat om adequaat en met mededogen te reageren.

2. Ervaringskennis naast conceptuele kennis
In het Tibetaans boeddhisme is kennis sterk gekoppeld aan kennen via de zintuiglijke waarneming. Zo spreken de Boeddhisten over zes zintuigen. Het zijn de vijf zintuigen die we kennen: ogen, oren, neus, tong en huid. En een zesde zintuig: gedachten, de geest, als coördinatieorgaan van de andere vijf zintuigen. Door die coördinatie zien we wat we waarnemen als geheel. Wanneer we open waarnemen, zien we (ervaren we) wat buiten ons gebeurt en tegelijk wat er aan opvattingen, emoties, gedachten in ons gebeurt. Dat staat tegenover denken over iets, of bezig zijn om gericht naar antwoorden te zoeken op vragen. Als we daar mee bezig zijn, nemen we weinig waar. Dan zijn we meer bezig met ons hoofd, met ons conceptuele denken.

Onze maatschappij legt veel nadruk op kennis via het analytische of conceptuele intellect, en verwaarloost het kennen via de zintuiglijke ervaringen. Daarmee doen we onszelf tekort. Door de nadruk op analytische intelligentie sneeuwt onze creatieve intelligentie, die eerder gebaseerd is op de ervaring van het helder waarnemen, onder. We zijn dan meer bezig met na te denken over de situatie in plaats van te zien wat er voor ons ligt. Tijdens contemplatief observeren, nemen we direct waar. Dan kunnen we onderzoeken hoe we ons analytische intellect inzetten in de vorm van kritiek of oordelen tijdens het waarnemen. We zien dan hoe we iets waarnemen dat op zich neutraal is, en hoe dat door de lading die wij eraan geven, geladen raakt. Contemplatief observeren brengt, door precies te kijken, opnieuw onderscheid aan in wat we waarnemen (de directe ervaring) en wat we ervan vinden (opvattingen, emoties). Op die manier leren we zowel de wereld helder waarnemen als onze geest kennen: onze manieren van kennis verzamelen, onze zintuigen, onze gedachten en onze emoties.Zie ook op deze website perceptueel en conceptueel kennen dat hiermee direct verwant is.

Wanneer we contemplatieve observatie op deze manier gebruiken, is het een directe aanvulling op de oefening van meditatie. We beginnen te zien hoe het er in onze omgeving en in onszelf werkelijk uitziet.

Voorbeeld van een contemplatieve observatie
Ik heb een tijdje geleden een contemplatieve observatie gedaan op een druk station. Ik heb me goed voorbereid, zowel lichamelijk (goede houding, goede plek: niet opvallen, wat achteraf) als mentaal (ik wist hoe ik er innerlijk voor stond). Mijn besluit was om 5 minuten open te observeren. Uit het verslag:
‘Mijn eerste indruk was: wat een beweging. Ik zag allemaal mensen snel voortbewegen tot rennen. Vaak met aktetassen of koffers. Het was een geweldige beweging waar ik met mijn ogen en oren nauwelijks vat op kon krijgen. Zo snel schoot het voor me langs. Zo veel mededelingen door de intercom. Ik merkte dat ik daar intern ontstemd van raakte. Ik vroeg me af wat ik hier deed. Ik kreeg ook een lichte hoofdpijn. Achteraf denk ik dat dat kwam omdat ik op die haast grip probeerde te krijgen. Dat lukt natuurlijk niet, omdat iedereen zijn eigen weg ging (…) Ik besloot me opnieuw te oriënteren op mijn observatieklus met mijn voeten beter op de grond en de indrukken iets meer te laten passeren. Het bleef druk om me heen met de rennende mensen. Maar ik zag plots ook twee mensen die op elkaar af renden en in elkaars armen doken. Kennelijk waren het geliefden of mensen die elkaar lang niet gezien hadden. Dat deed me goed. Tegelijk voelde ik me even eenzaam. Ik stond hier maar met al die mensen die voor niemand oog hadden, laat staan voor mij. (…) Ik besloot nogmaals goed rond te kijken. Toen zag ik ook mensen rustig staan wachten, de krant lezen, praten, koffie drinken. Ik werd zelf wat rustiger. Het werd steeds meer een georganiseerde chaos. Na 5 minuten was ik kapot. Ik kon me opeens goed voorstellen waarom het belangrijk is op zo’n plek vooral met jezelf bezig te zijn. Contact maken met deze intensiteit: dat overleef je niet. Mensen aankijken lukt je niet. Temidden van deze chaos uiteindelijk je eigen plek vinden, lukte (mij) uiteindelijk wel. Maar het kostte me veel energie om mijn zintuigen open te houden. Het is daarmee ook logisch dat iedereen vooral met zichzelf bezig is ’

Ons richten op contemplatief observeren betekent niet dat we ons analytisch of conceptueel intellect (theorieën, kennis, professionele vaardigheden) buiten beschouwing zouden moeten laten. Intellectuele vaardigheden blijven bijzonder belangrijk. Ze moeten ons echter niet in de weg zitten bij het helder en open waarnemen van de rijkdom en de mogelijkheden van een situatie.

3. Emoties en mededogen
Wanneer we tijdens contemplatief observeren direct waarnemen of ervaren, openen we ons voor de emoties die de observaties oproepen. Daar zorgt de directheid van de waarneming voor. We zijn immers onbevooroordeeld en sluiten ons niet af van de buitenwereld met onze opvattingen. Omgaan met onze emoties is daarmee het meest uitdagende aspect van deze werkwijze. Zo kunnen we zien, als we goed kijken, hoe eenzaam iemand is. We voelen tegelijkertijd wat ons dat doet. We herinneren ons onze eigen perioden van eenzaamheid. In contemplatieve observatie erkennen we onze eigen gedachten, gevoelens en lichamelijke gewaarwordingen van alleen zijn en eenzaamheid als we dat zien bij een ander. We zien en voelen de rauwe werkelijkheid. Deze gevoelde pijn is een manifestatie van verbinding en geeft ons de mogelijkheid om ons mededogen verder te ontwikkelen.

Verder lezen/surfen

De werkwijze van contemplatieve observatie is ontwikkeld door Richard C. Brown van Naropa University in Boulder, USA. Hij gebruikt deze werkwijze bij de opleiding van docenten. Hij heeft er een aantal artikelen over geschreven o.a. The Teacher As Contemplative Observer, Educational Leadership, dec/jan 1998.