Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme
Goed in het begin, midden en eind

De werkwijze van goed in het begin, goed in het midden en goed aan het eind maakt van elke situatie een situatie vol aandacht, gewaarzijn en mededogen.
De werkwijze bestaat uit drie stappen.Voorafgaand aan de situatie of activiteit nemen we ons voor om anderen goed te doen (goed in het begin), tijdens de situatie of activiteit blijven we alert en flexibel en kijken we of we nog bezig zijn met onze intentie van goed te doen (goed in het midden) en aan het eind van onze activiteit wensen we dat onze activiteit anderen inderdaad heeft geholpen of zal helpen (goed aan het eind). Deze drie stappen toevoegen aan een dagelijkse activiteiten helpt bij het lopen van een boeddhistisch geïnspireerd pad.

Goed in het begin, goed in het midden, goed aan het eind

Goed in het begin, midden en einde heten in de boeddhistische traditie ook wel de drie voortreffelijkheden.

Goed in het begin, het opwekken van mededogen
We beginnen met de intentie om goed te doen naar anderen, ofwel vriendelijk of meedogend te zijn voor anderen. We nemen ons dat bewust voor. Dat doen we omdat we ons realiseren dat veel mensen met gedoe zitten, lijden, last hebben van dingen. Zo zijn er collega’s die ruzie hebben en dat graag opgelost zouden willen zien; zo zijn er collega’s of vrienden die een ambitie hebben die ze niet waar kunnen maken en daar last van hebben; zo zijn er mensen die in geldnood zitten omdat ze te veel geleend hebben; zo zijn er kinderen die gepest worden, buren die vervelend zijn, noem maar op. We kunnen het ook groter zien: er zijn mensen die geen huis hebben om in te wonen, ziek zijn, stervende zijn, slachtoffer zijn van een oorlog, enzovoort. Er is in deze wereld gewoon veel groot en klein leed. Voor die mensen kunnen we de intentie van mededogen ontwikkelen. Maar het is het beste klein te beginnen. Laten we beginnen om meedogend te zijn voor mensen in onze nabijheid. Door ons dit voor te nemen nemen we hen erbij en keren we hen de rug niet toe. We staan voor hen open. We realiseren ons hun gedoe of ten volle en we willen er wat aan doen. We realiseren ons dat wij allemaal de wens hebben gelukkig te worden. Dat geldt ook voor hen.

Goed in het midden, open en wakker
Bij goed in het midden, proberen we met aandachtig en gewaarzijn te blijven bij wat we aan het doen zijn. Als we aandacht en gewaarzijn inzetten, betekent dat dat we niet blijven hangen aan dingen die al voorbij zijn. We houden niet vast aan storende opmerkingen van een aantal minuten geleden, of aan de emoties of gedachten die daardoor werden opgeroepen. We plakken op bepaalde opmerkingen geen gele stickertjes om te onthouden dat we daar straks of achteraf nog iets over moeten zeggen. Nee, we nemen de situatie zoals die is en doen daarin wat nodig is. We blijven steeds fris kijken naar de situatie waar we in zitten, zowel naar onszelf als naar anderen. Dit maakt dat we de situatie met meer goedgeefsheid, zachtmoedigheid, lichtvoetigheid, gemak en humor tegemoet kunnen treden. Fris kijken is niet gemakkelijk. Maar hier gaat het om de intentie open te willen blijven, de dingen te zien zoals ze zijn, en daarin aardig of meedogend te blijven naar anderen. Dat is anders dan dat we de wereld invullen met vooral onze eigen wensen. Door regelmatige oefening zal dat steeds beter lukken.

Goed aan het eind, opdragen van verdiensten
Als we het goede gedaan hebben, hoe groot of klein ook, dan mag dat niet verloren gaan. In het boeddhisme wordt datgene wat we verworven hebben door aardig te zijn verdienste genoemd. We hebben één of meer handelingen verricht die het gedoe en lijden om ons heen heeft verzacht of vermindert. Aan het eind geven we de wens te kennen dat we hopen dat deze handelingen niet alleen die bepaalde personen heeft geholpen maar ook anderen zal helpen. Daarom dragen we onze verdienste op aan het welbevinden en geluk van alle wezens. Door deze verdienste aan anderen op te dragen worden onze motivatie, ons mededogen en onze activiteit bekrachtigd, bezegeld en versterkt. Dat gebeurt omdat we het niet bij onszelf houden. We zijn er niet trots op dat we dit gedaan hebben. Integendeel we willen dat meer mensen ervan profiteren. Zie de achtergrondinformatie voor de wijze waarop we dit kunnen doen. Een eenvoudige formulering voor het opdragen van verdiensten luidt als volgt: ‘Ik wens dat het goede van deze activiteit bijdraagt aan het geluk van niet alleen de personen voor wie het bedoeld is, maar voor alle levende wezens.’

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie is meer te vinden over de drie voortreffelijkheden: goed in het begin, goed in het midden en goed aan het eind. We geven de belangrijkste kenmerken van deze training, ook die het binnen de boeddhistische traditie werd ingezet. We lichten goed in het begin, goed in het midden en goed aan het eind iets meer toe en geven een uitgewerkt voorbeeld. Verder zijn er tips voor verder surfen en lezen.

Achtergrondinformatie: Goed in het begin, midden en eind

Uit de traditie

Longchenpa, een monnik die leefde in de 14e eeuw, zei:

‘Begin met bodhichitta (mededogen), doe de hoofdbeoefening zonder concepten,
Sluit af door het opdragen van de verdiensten. Deze, tezamen en volledig,
zijn de drie fundamenten die je ondersteunen bij je ontwikkeling op het pad naar bevrijding’

De drie voortreffelijkheden, goed in het begin, goed in het midden en goed aan het eind, komen uit het boeddhisme. Daar wordt gezegd: de basis van het mahayana pad ligt in de drie voortreffelijkheden. Het mahayana pad is het pad van het boeddhisme dat gericht is op het helpen van anderen, hen te bevrijden van lijden (zie ook de werkwijze van tonglen). We lijden wanneer:

  • We iets krijgen en dat niet willen hebben. Dat geldt voor zowel grote als kleine dingen zoals: ziekte, ouderdom, dood, als een vervelende buurman, aangebrand eten, pech met de auto, …;
  • We iets willen hebben wat we niet hebben: een mooie auto, een weekendhuisje, een grote tuin, een (winnend) lot uit de loterij, …;
  • We een algemeen ‘gevoel van onbehagen’ hebben over de menselijke situatie als zodanig: de koffie die zo vaak niet precies smaakte als we graag willen, een dinertje met anderen dat het steeds net niet is, ….

De drie voortreffelijkheden zijn:

  1. Het voortreffelijke begin van ons open hart: wensen dat deze activiteit iedereen ten goede komt, of een bijdrage levert aan het welzijn van anderen, het verzachten of opheffen van het lijden van anderen;
  2. Het voortreffelijke midden om zonder verdere ideeën of opvattingen deze intentie uit te voeren zodat we het direct, eenvoudig, en humorvol doen en er geen geheime agenda’s aan toevoegen;
  3. De voortreffelijke afsluiting van het opdragen van verdiensten: wensen dat we alles wat we verworven hebben, niet voor onszelf houden maar hopen dat het een bijdrage levert of heeft geleverd aan het geluk van alle anderen, niet alleen degenen voor wie we het bedoeld hebben.

Door de drie voortreffelijkheden voegen we iets toe aan de situatie. We worden ons bewuster van wat er om ons heen gebeurt door de aandacht, het gewaarzijn en het mededogen dat we aan de situatie toevoegen. Er zijn verschillende manieren om dat te zeggen. We formuleren er drie:

  1. Met de drie voortreffelijkheden creëren we een mentale ruimte met mededogen voor onszelf en anderen, een ruimte waarin anderen en wijzelf er toe doen, een ruimte waarin we anderen en onszelf bewust aandacht geven. Zonder de drie voortreffelijkheden doen we alleen maar wat we moeten doen zonder direct besef van de intentie waarmee we het doen, de mensen waarmee we het doen en waarvoor we het doen.
  2. De drie voortreffelijkheden leveren de grond die het verschil maakt tussen onze activiteiten als een manier van tijdelijke ontspanning, vrede, of vreugde; of activiteiten als een krachtige bron voor het leren kennen van de ware aard van onze eigen geest. Activiteiten kunnen zowel wereldse activiteiten zijn, als activiteiten zoals de beoefening van meditatie of andere boeddhistisch geïnspireerde werkwijzen.
  3. Met de drie voortreffelijkheden zijn we ons (veel) bewuster van wat we aan het doen zijn. We gaan met gebruik van de drie voortreffelijkheden bewuster, gerichter, vriendelijker en met meer humor door het leven. Het gaat immers niet meer alleen over onszelf, maar het gaat ook over anderen. Dat maakt ons werk op termijn vreugdevoller. In het begin kan het lastiger zijn.

Op deze manier creëren de drie voortreffelijkheden een meer op mededogen gebaseerde houding.

Aanvullende toelichting

We geven wat extra informatie bij elk van de drie voortreffelijkheden.

Goed in het begin
Bij goed in het begin wordt mededogen voor anderen opgewekt. Dat mededogen heet ook wel bodhicitta. Bodhi (Sanskriet) betekent ontwaakt. Van dat woord is ook de naam van de Boeddha afgeleid. Citta betekent hart of geest. Bodhicitta betekent daarmee: wakker of ontwaakt hart. De veronderstelling in het boeddhisme is dat we allemaal de potentie hebben van een ontwaakt hart. We hebben allemaal de potentie om mededogend te zijn voor anderen. Door bodhicitta op te roepen, ontwikkelen we dat vermogen en dat doen we hier.

Onze aanwezige bodhicitta komt sterker naar voren als we zien dat anderen verstrikt zijn geraakt in gedoe of lijden, dat anderen zich niet zo ontwikkelen als zou kunnen, of dat anderen de kracht van hun eigen bodhicitta niet zien waardoor ze zichzelf onderwaarderen. Enzovoort.

Goed in het midden
Goed in het midden vormgeven is niet gemakkelijk. We moeten nu namelijk zowel doen wat we ons voorgenomen hebben, als ervoor zorgen dat anderen beter worden van onze actie. Daarbij blijven we open, fris en wakker. We hoeven dat natuurlijk niet in één keer vorm te geven. Dat zal waarschijnlijk in kleine stapjes gebeuren. Het gaat in het begin om de goede intentie.

Goed in het midden is een vorm van meditatie in actie. We gedragen ons alsof we ons meditatiekussen meenemen naar de situatie waar we ons in bevinden. Dat betekent dat bij goed in het midden twee aspecten van onze geest belangrijk zijn, net als in de meditatie.

  • We werken direct met onze gedachten, emoties en verschijnselen om ons heen. We kunnen dat doen door ze te herkennen en te erkennen en dan terug te keren naar wat we aan het doen zijn. Door deze beoefening blijven we steeds in het hier en nu en raken we niet verzeild in allerlei gedoe, dat ons afhoudt van het hier en nu.
  • We realiseren ons voortdurend dat we fundamenteel gezond zijn, dat de ware aard van onze geest goed is, dat we fundamenteel intelligent en mededogend zijn. Het onszelf voortdurend herinneren aan onze bodhicitta en die van anderen, helpt daarbij.

Op deze manier scheppen we ruimte om ons heen. Daardoor hebben we voortdurend een keuze. We kunnen steeds terugkeren naar het hier en nu of we kunnen ons laten afleiden door alle gedachten en emoties.

Goed aan het eind
Al het goede dat we gedaan hebben, hoe groot of klein ook – onze verdienste – mag niet verloren gaan. Daarom dragen we dat op aan het welbevinden van alle mensen (en dieren) en aan de opheffing van hun lijden. Door dat zo te doen wordt onze motivatie, ons mededogen en onze activiteit bekrachtigd en bezegeld. Het goede dat we gedaan hebben, wordt door het opdragen van onze verdiensten, versterkt en omvangrijker. Er bestaat een (groot) aantal mogelijkheden om dat vorm te geven. Twee voorbeelden uit de meditatieve traditie:

Moge door de kracht en motivatie van deze activiteit,
Alle wezens geluk ervaren en de oorzaken van geluk,
Vrij zijn van lijden en de oorzaken van lijden.
Mogen zij  nooit gescheiden zijn van het grote geluk dat vrij is van lijden. En in de grote gelijkmoedigheid verblijven,
Die vrij is van gehechtheid voor mensen die aardig, en afkeer voor mensen die niet aardig zijn.

Of:

Moge door de kracht en de motivatie van deze activiteit,
Allen gelukkig worden en bevrijd zijn van pijn en verwarring;
Mogen allen vrede, gemak en comfort ervaren.

Hier zijn prima eigen variaties van te maken.

Toepassing

Het is mogelijk de drie voortreffelijkheden toe te passen op alles wat we doen. Het kan bij meditatie, bij thee drinken, bij koken, bij ontmoetingen, etcetera. Het kan ook bij het leiden van een vergadering. Dat werken we hieronder uit. Na die uitwerking en met de eerdere beschrijvingen moet het mogelijk zijn om elke eigen situatie te koppelen aan goed in het midden, begin en einde. Het leiden van een vergadering volgens de drie voortreffelijkheden.

Goed in het begin
Bij goed in het begin realiseren we ons dat we aan deze bijeenkomst leiding geven om iets te bereiken dat goed is voor anderen, dat anderen verder zal helpen. Dat kan de deelnemers van deze bijeenkomst betreffen, het kan ook de toekomst van de klanten van de organisatie betreffen. We realiseren ons dat we deze bijeenkomst niet alleen leiden voor onszelf. Zo zouden we kunnen zeggen: ‘We willen dat onze klanten beter van ons worden, betere mensen (en bijvoorbeeld niet alleen betere kopers). Daartoe willen we dat onze medewerkers zich verder ontwikkelen in een professionele cultuur waarin we elkaar en anderen tot steun zijn. Daarnaast willen we dat ze met plezier en betrokkenheid naar hun werk gaan.’ Natuurlijk beseffen we dat we daartoe vaardige handelwijzen moeten inzetten als we willen dat het ook werkelijk gebeurt. Ook realiseren we ons dat we dit kunnen, dat we daartoe in staat zijn.

Twee opmerkingen:

  1. Voor specifieke situaties zal de intentie natuurlijk meer specifiek zijn. Zo is het mogelijk om bij een functioneringsgesprek te formuleren: ‘ik wil dat die persoon ….’.
  2. Het beste in de ander naar boven halen, is iets anders dan vooral aardig zijn voor de ander (zie: de uitdagende en meedogende vriend).

Goed in het midden
Bij goed in het midden realiseren we ons drie dingen:

  1. we willen open staan voor wat zich in ons en aan ons voordoet tijdens de bijeenkomst.
  2. We willen open staan voor plotselinge gebeurtenissen die zich aan ons voordoen en daar wakker, met humor en vriendelijk op reageren.
  3. We willen gericht blijven op wat we wat we ons hebben voorgenomen.

Ons dit realiseren vraagt zowel een bepaalde intentie als een open en ontspannen houding. Die twee zijn idealiter in balans. Dat is dezelfde balans die we ook in de meditatie aanleren (mentaal balanceren). Op basis van onze ervaringen met meditatie weten we dat dat kan. Daardoor blijven we ontspannen en gericht. 
Zo weten we ook dat de herkenning en erkenning van een gesloten gemoed (irritatie, haast, te taakgericht) ons ook weer open maakt, waardoor we fris kunnen blijven kijken. Zie ook omgaan met emoties (1) en omgaan met emoties (2) en stop, ontspan en kijk op deze website.

Goed aan het eind
Bij goed aan het eind wensen we als afsluiting iedereen toe dat onze bijdrage en de bijdragen van de deelnemers iedereen verder helpen.

Verder lezen en surfen

* Deze tekst is gebaseerd op de tekst van C. Longaker and Rigpa Fellowship: ‘Facing Death and Finding Hope’, en op een mondelinge instructie op de DVD-serie ‘Death and the Art of Dying-2’, Boulder, USA voorjaar 2008;
* Over het leven van Longchenpa, zie http://en.wikipedia.org/wiki/Longchenpa