Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme
Intervisie met behulp van lichaam, spraak en geest

De werkwijze van intervisie met hulp van lichaam, spraak en geest is een werkwijze die ons kan helpen om een manier te vinden om om te gaan met iemand die wij als lastig ervaren. Het is onze ervaring dat deze werkwijze meestal het beste kan plaatsvinden in een groep omdat het daar mogelijk elkaar aan te vullen. 

Beschrijving van de werkwijze

Eén deelnemer van de groep (de inbrenger) brengt een persoon in (de ingebrachte persoon). De ingebrachte persoon is geen deelnemer van de groep, is niet aanwezig, en is iemand waar de inbrenger op een betere manier mee om wil gaan. De inbrenger beschrijft de ingebrachte persoon volgens een precies omschreven aantal kenmerken van lichaam, spraak en geest. Door een precieze beschrijving te geven wordt de ingebrachte persoon voor de andere groepsleden steeds levensechter naarmate er meer informatie gegeven wordt. Op basis daarvan kunnen de groepsleden inbrengen wat deze persoon hen doet en wat ze mogelijk voor adviezen hebben voor de inbrenger. Door de situatie op deze manier zo echt en levendig mogelijk te maken, is er voor iedereen wat te leren en is de ingebrachte persoon veel meer dan een casus, probleem of klacht. Omdat van alle aanwezigen aandacht en gewaarzijn wordt gevraagd – anders werkt deze werkwijze niet -, spreken we van een boeddhistisch geïnspireerde werkwijze. De werkwijze is ontstaan op de boeddhistische geïnspireerde Naropa Universiteit in Boulder, Colorado, VS.
De werkwijze bestaat uit zes hier kort weergegeven stappen:

1. Ruimte creëren
Voor de eerste groepsbijeenkomst is meestal ongeveer 1,5 a 2 uur nodig. Een afzonderlijke ruimte waarin de deelnemers zich veilig en op hun gemak voelen, is voorwaardelijk. Groet elkaar. Ga goed zitten, ontwikkel aandacht door middel van een korte meditatie of met aandacht zitten.

2. Een persoon presenteren
Eén van de leden van de groep brengt een persoon in (de ingebrachte persoon). De inbrenger beschrijft de ingebrachte persoon zo precies, zo helder en zo feitelijk mogelijk. In het begin is het vrijwel altijd nodig dat iemand met meer ervaring de groep leidt, omdat veel mensen het heel moeilijk vinden om helder en feitelijk te beschrijven. Meestal trekken we conclusies in plaats van dat we beschrijven. Deze werkwijze vraagt daarom een grote discipline van de inbrenger en alle deelnemers. Door de precisie komt de ingebrachte persoon voor alle deelnemers steeds meer tot leven zodat zij zich een goed beeld kunnen vormen van de inbrenger, de ingebrachte persoon en wat de inbrenger moeilijk vindt aan de omgang met deze persoon. De inbrenger beschrijft van de ingebrachte persoon:

  • Het lichaam: het fysieke voorkomen en de feitelijke situatie die de inbrenger wil bespreken. Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, lichamelijke kenmerken, verschijning, persoonlijke verzorging, lichamelijk welbevinden, gezondheid, lichaamshouding, huiselijke omgeving, etc.
  • De spraak: de energie, de communicatieve vaardigheden, de relatie in de feitelijke situatie die de inbrenger wil bespreken. Bijvoorbeeld: communicatieve vaardigheden, hoe gaat deze persoon om met anderen; verhouding tot geld of baan, manier van ademen, levendigheid of saaiheid; gevoel van welbevinden of angst, ongerustheid, manier van spreken, energetische kwaliteit, drukt zich direct en helder uit, etc.
  • De geest: opvattingen, visie, ideeën met betrekking tot de situatie; 
Voorbeelden: op welke manier toont de ingebrachte gewaarzijn, hoe groot of hoe klein is zijn/haar wereld, spirituele beoefening, aspecten van de omgeving of situaties in de communicatie die hun (wereld)beelden vergroten of beperken, gedachteprocessen, manier van denken, inhoud van denken, relatie met de eigen geest, etc. Elke deelnemer kan na de beschrijving van de inbrenger vragen stellen om de beschrijving te verduidelijken.

De beschrijving stopt als alle deelnemers een goed beeld hebben van de ingebrachte persoon. Een eerste keer duurt een dergelijke beschrijving vaak 60-90 minuten duren. Elk aspect van lichaam, spraak en geest vraagt dan 20-30 minuten.

3. Gevoelens uitwisselen
Bij deze stap geven alle deelnemers weer wat deze ingebrachte persoon of situatie bij hen oproept. Het is daarbij belangrijk ‘ik’-uitspraken te doen en in eerste instantie eigen opvattingen, oordelen of analyses achterwege te laten.

4. Gezondheid van de situatie benoemen
Hoe vervelend de situatie ook is die ingebracht wordt, of hoe vervelend de persoon ook is die wordt ingebracht, er is altijd (altijd!) iets gezonds in die persoon of situatie te vinden. Door die gezondheid te benoemen ontstaat er een bredere kijk op de situatie of persoon. Het is mogelijk bij deze stap de kwaliteiten van de vijf stijlen in te brengen door de ingebrachte persoon in de taal van de kracht van de vijf stijlen te beschrijven.

5. Aspiraties uitspreken
Bij deze stap beantwoorden alle deelnemers de vraag wat ze ‘de inbrenger’ en de ‘ingebrachte persoon’ gunnen: wat zouden we wensen dat er in deze situatie gebeurde? Waar hopen we op zodat de betrokken personen er beter uitkomen? De inbrenger kiest uit alle aspiraties die aspiratie of aspiraties die hem of haar in het bijzonder aanspreken.

6. Afsluiten
De inbrenger krijgt de gelegenheid te zeggen waarom hij deze persoon gepresenteerd heeft en wat hij van het proces heeft opgestoken. In deze fase kunnen ook alle deelnemers weergeven wat zij van deze werkwijze geleerd hebben. Omdat in deze werkwijze precies wordt gekeken naar relaties en omgangsvormen is de kans bijzonder groot dat deze werkwijze voor iedereen iets heeft gebracht. Immers niets menselijk is ons vreemd. 
Sluit de bijeenkomst af met een korte meditatie of door korte tijd met aandacht te zitten.

Het is noodzakelijk om deze werkwijze een aantal keren met getrainde begeleiders te oefenen, voordat iemand of een groep die intervisie zelfstandig kan toepassen. Wij van toegepast-boeddhisme zijn daarbij graag van dienst.