Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

Intervisie met behulp van lichaam, spraak en geest

De werkwijze van intervisie met behulp van lichaam, spraak en geest is een werkwijze die kan helpen in de omgang met in eerste instantie een lastig persoon. Het is onze ervaring dat deze werkwijze meestal het beste kan plaatsvinden in een groep omdat je elkaar daar aanvult.

Beschrijving van de werkwijze

Eén deelnemer van de groep (de inbrenger) brengt een persoon in (de ingebrachte persoon). De ingebrachte persoon is geen deelnemer van de groep en is iemand waar de inbrenger beter mee om wil leren gaan. De inbrenger beschrijft de ingebrachte persoon volgens een precies omschreven aantal kenmerken van lichaam, spraak en geest. Door een precieze beschrijving te geven wordt de ingebrachte persoon voor de andere groepsleden steeds levensechter naarmate er meer informatie gegeven wordt. Op basis daarvan kunnen de groepsleden inbrengen wat deze persoon hen doet en wat ze mogelijk voor adviezen hebben voor de inbrenger. Door de situatie op deze manier zo echt en levendig te maken, is er voor iedereen wat te leren en is de ingebrachte persoon veel meer dan een casus, probleem of klacht. Omdat van alle aanwezigen aandacht en gewaarzijn wordt gevraagd – anders werkt het niet -, spreken we van een boeddhistisch geïnspireerde werkwijze.

De werkwijze bestaat uit zes hier kort weergegeven stappen:

1. Ruimte creëren
Voor de eerste groepsbijeenkomst is meestal ongeveer 1,5 a 2 uur nodig. Een afzonderlijke ruimte waarin de deelnemers zich veilig en op hun gemak voelen, is voorwaardelijk. Groet elkaar. Ga goed zitten, ontwikkel aandacht door middel van een korte meditatie of met aandacht te zitten.

2. Een persoon presenteren
De inbrenger beschrijft de ingebrachte persoon. De beschrijving is precies, helder en zo feitelijk mogelijk. In het begin is het vrijwel altijd nodig dat iemand met meer ervaring de groep leidt, omdat het heel moeilijk is helder en feitelijk te beschrijven. Dat vraagt namelijk een grote discipline van de inbrenger en alle deelnemers. Door de precisie komt de ingebrachte persoon voor alle deelnemers steeds meer tot leven zodat zij zich een goed beeld kunnen vormen van de inbrenger, de ingebrachte persoon en wat de inbrenger moeilijk vindt aan de omgang met deze persoon. De inbrenger beschrijft van de ingebrachte persoon:

  • Het lichaam: het fysieke voorkomen en de feitelijke situatie die de inbrenger wil bespreken. Bijvoorbeeld: leeftijd, geslacht, lichamelijke kenmerken, verschijning, persoonlijke verzorging, lichamelijk welbevinden, gezondheid, lichaamshouding, huiselijke omgeving, etc.
  • De spraak: de energie, de communicatieve vaardigheden, de relatie in de feitelijke situatie die de inbrenger wil bespreken. Bijvoorbeeld: communicatieve vaardigheden, hoe gaat deze persoon om met anderen; verhouding tot geld of baan, manier van ademen, levendigheid of saaiheid; gevoel van welbevinden of angst, ongerustheid, manier van spreken, energetische kwaliteit, drukt zich direct en helder uit, etc.
  • De geest: opvattingen, visie, ideeën met betrekking tot de situatie;
Voorbeelden: op welke manier toont de ingebrachte gewaarzijn? Hoe groot of hoe klein is zijn/haar wereld? Spirituele beoefening, aspecten van de omgeving of situaties in de communicatie die hun (wereld)beelden vergroten of beperken, gedachteprocessen, manier van denken, inhoud van denken, relatie met de eigen geest, etc.
    Elke deelnemer kan vragen stellen om de beschrijving te verduidelijken.

3. Gevoelens uitwisselen
Bij deze stap geven alle deelnemers weer wat deze ingebrachte persoon of situatie bij hen oproept. Het is daarbij belangrijk ‘ik’-uitspraken te doen en in eerste instantie eigen opvattingen of analyses achterwege te laten.

4. Gezondheid van de situatie benoemen
Hoe vervelend de situatie ook is die ingebracht wordt, of hoe vervelend de persoon ook is die wordt beschreven, er is altijd iets gezonds in die persoon of situatie te vinden. Door die gezondheid te benoemen ontstaat er een bredere kijk op de situatie of persoon.Het is mogelijk bij deze stap de kwaliteiten van de vijf stijlen in te brengen.

5. Aspiraties uitspreken
Bij deze stap beantwoordt ieder de vraag wat ze ‘de inbrenger’ en de ‘ingebrachte persoon’ gunnen: wat zouden we wensen dat er in deze situatie gebeurde? Waar hopen we op zodat de betrokken personen er beter uitkomen? De inbrenger kiest uit alle aspiraties die aspiraties die hem of haar in het bijzonder aanspreken.

6. Afsluiten
De inbrenger krijgt de gelegenheid te zeggen waarom hij deze persoon gepresenteerd heeft en wat hij van het proces heeft opgestoken. In deze fase kunnen ook alle deelnemers weergeven wat zij van deze werkwijze geleerd hebben. Sluit de bijeenkomst af met een korte meditatie of door korte tijd met aandacht te zitten.

Het is noodzakelijk om de werkwijze een aantal keren met getrainde begeleiders te oefenen, voordat de groep zelfstandig deze intervisie kan toepassen. We zijn daarbij graag van dienst.

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie wordt aandacht besteed aan de kenmerken van deze werkwijze, aan overige stappen bij deze werkwijze, aan wat deze werkwijze niet is en aan de oorsprong van de begrippen van lichaam, spraak en geest . Verder zijn er tips voor verder lezen en surfen.