Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

Massa, kudde en gemeenschap

Wanneer we een boeddhistisch geïnspireerd pad lopen, lopen we die soms alleen, soms samen met anderen. Samen lopen met anderen gebeurt bijvoorbeeld als je lid wordt van een boeddhistische organisatie. Samen oplopen kan stimulerend, maar kan ook belemmerend zijn. Op deze pagina gaan we wat dieper in op de voorwaarden die nodig zijn om met anderen in een organisatie een pad te lopen en toch dichtbij jezelf te blijven. We gebruiken daarbij de begrippen massa, kudde en gemeenschap.

Massa, kudde en gemeenschap

Om duidelijk te maken wat de mogelijkheden zijn bij het samen lopen van een boeddhistisch geïnspireerd pad, beschrijven we een driedeling van groepen als een soort ontwikkelingsgang. Het komt uit het boek van Korteweg en Voigt (‘Helen of delen’, 1990, hoofdstuk 2). De drie groepen zijn de massa, de kudde en de gemeenschap (zij spreken over kring).

Massa
Korteweg en Voigt zeggen dat een massa gericht is op idolen. Bij een massa valt te denken aan een voetbalwedstrijd of een popconcert. Het individu gaat op in de massa en tezamen bewonderen ze hun idolen: de voetballer of de popster of …. Individuen hebben in de massa geen eigen verantwoordelijkheid. Dat wordt ook niet verwacht. Er is niets ‘eigens’ aan een individu in de massa. Zie de foto.

Kudde
Als de massa overgaat in een kleinere collectiviteit met meer persoonlijke signatuur, dan noemen zij dat kudde. Een kudde is gericht op gemeenschappelijke idealen en/of gemeenschappelijke waarden. Voorbeelden van kuddes zijn de meeste kerken. Ook een club als Greenpeace of het Wereld Natuur Fonds is een kudde. Daar ben je lid van omdat je hun waarden deelt. Wanneer de binding wat hechter is, dan heeft de kudde als kenmerk dat er een grote gemeenschapszin is: je streeft hetzelfde na. Tegelijkertijd is er géén sprake van vrij denken of voelen omdat het denken binnen de waarden van de kudde dient te blijven. Kritiek op de doelen of de werkwijze kunnen niet: ‘dat doe je niet’ of ‘dat zeg je niet’ is dan een veel gehoorde uitspraak. De kritische denker heeft het zwaar in een kudde. Daar is ook vaak de metafoor van toepassing dat de het hoofd van ‘de boodschapper’ wordt afgehakt. Sektes zijn de verwording van de kudde: daar geldt alleen nog gehoorzaamheid en volgzaamheid als doel op zich.

Gemeenschap
Om bovengenoemde redenen voelen sommige mensen zich niet thuis in een kudde. Die mensen hebben behoefte aan leiderschap over het eigen leven, aan authenticiteit, aan een pad dat bij hen hoort. De wens ontwikkelt zich dan om niet meer gestuurd te worden door de gemeenschappelijke waarden van de kudde maar door de eigen waarden. Die keuze betekent dat je, als je alleen je eigen geweten wilt volgen, je alleen door het leven gaat. Wel zoek je verbindingen met mensen die met jou een zelfde reis willen lopen. De consequentie is  wel dat je door een periode van ‘eenzaamheid’ of ‘alleen zijn’ moet om te zoeken wat je zelf wilt voordat je in staat bent om verbindingen met anderen te leggen. Een groep van gelijkgestemde reizigers, noemen we een gemeenschap. Een dergelijke gemeenschap heeft vaak als kenmerk dat die tijdelijk is, regelmatig wisselt van samenstelling, en/of je stimuleert je eigen reis te lopen. Indien je kritiek hebt, wordt er samen gezocht naar oplossingen. Eén van de oplossingen kan zijn dat de anderen je helpen om een pad te vinden bij een andere organisatie. De sleutel van het denken is niet het gemeenschappelijke pad maar het individuele pad en de vraag hoe iedereen elkaar daarbij kan ondersteunen. In een gemeenschap bestaat daarom geen sociale druk, hooguit sociale druk om je van de druk te bevrijden.

Ervaringen

Deze indeling in massa, kudde en gemeenschap heeft veel perspectief, zeker als die indeling als ‘pad’ of als ‘fasen in een ontwikkeling’ beschouwd wordt. Vanuit die optiek is het geen enkel probleem om een tijdje in een kudde te bivakkeren, tot het moment is aangebroken dat dat niet meer bevalt omdat er een vorm van urgentie is om het eigen individuele pad centraler te stellen. Onze eigen ervaringen zijn dat veel spirituele gemeenschappen soms kuddes worden, met name als de leraren (de lama’s, de guru’s, de rinpoches, de khenpo’s, de sri’s, de voorgangers, …) wat verder weg wonen en dus niet zo vaak komen. Dat gebeurt ook wanneer de leraren en volgelingen trouw zijn aan de regels en de procedures en weinig van de diepgang van hun traditie weten. Als leraren diep in de traditie zitten zijn en dichterbij staan, is onze ervaring dat de spirituele gemeenschap sneller als gemeenschap te beschouwen is in de omschrijving zoals hierboven. Het gaat dan eerder om een individueel pad waar iedere deelnemer of deelneemster ondersteund wordt in het eigen pad. Met een goede leraar dichtbij is het pad vaker wat meer op maat gesneden.

Vanuit deze visie is het geen enkel probleem regelmatig in een ‘kudde’ te functioneren. Een boeddhistisch geïnspireerd pad is een lastig pad, het is een eenzaam pad. Steun krijgen van anderen is gewenst. Maar een dergelijk pad is niet een sociaal pad, een pad dat je vooral loopt om contacten met anderen te hebben, een pad dat je loopt voor de gezelligheid (‘aardige mensen daar’). Het is een individueel pad waarin het mogelijk en gewenst is steun van anderen te krijgen. Waarbij het natuurlijk aangenaam is als het ook nog gezellig is.

Elke gemeenschap vraagt om regels, procedures en contributies of giften, cursussen, weekenden, … Dat vraagt om een organisatie. Elke organisatie heeft als gevaar dat de organisatie belangrijker wordt dan de individuele reis. Dan moet er meer. Een belangrijk criterium is daarmee dat de boeddhistisch geïnspireerde gemeenschap niet meer werkt wanneer we niet meer kunnen zeggen wat we vinden. Als we te horen krijgen dat ‘dat niet hoort’ als we een goede opmerking maken, zitten we waarschijnlijk dicht in de buurt van een kudde, Of als we ergens komen waar iedereen zich verschuilt achter wat hoort en niet hoort omdat anderen het zeggen, moeten we opletten. De  visie is hier dat elke gemeenschap binnen de grenzen van de eigen traditie zelf bepaalt wat ‘hoort’ en ‘niet hoort’. Als dat zo is, is het een levende gemeenschap.

Voorbeeld
Ik heb veel cursussen gedaan binnen een bepaalde boeddhistische gemeenschap. Bij twee van die cursussen vond ik het leraarschap niet goed genoeg, bij veel andere meer dan goed genoeg. Dit niet functionerende leraarschap heb ik respectievelijk bij het bestuur gemeld én bij de betreffende leraar. Uit de eerste reacties bleek dat ik zoiets niet hoorde te zeggen. Hun opmerkingen waren dat mijn toon niet goed genoeg was, en even later dat ik niet duidelijk was en mijn zinsconstructie niet deugde. Maar de boodschap bleek een boodschap waar niemand zich raad mee wist: je zegt niet iets over het leraarschap. We zijn allemaal vrijwilligers, we doen allemaal ons best, dus kritiek hoort niet. De kudde stelt dat de leraar altijd lof verdient. Natuurlijk verdient die lof, maar zelfs een leraar verdient een eigen pad dat die kan lopen.

De kudde veroorzaakt problemen wanneer men zich uit de kudde wil losmaken om een minder gemeenschappelijk en een meer authentiek pad, een pad te lopen wat bij jezelf hoort. Op dat moment is het zoeken geblazen naar een leraar en een boeddhistisch geïnspireerde gemeenschap waar de criteria van een gemeenschap gelden. Een eigen pad lopen is overigens iets heel anders dan zomaar wat voor jezelf gaan doen. Traditioneel is het nodig om met name bij een gevorderd pad, student te zijn van een leraar die het pad zelf volledig heeft gelopen.

Op een of andere manier sluipt het kudde denken er echter snel in. Ga maar eens na wat ieder voor zichzelf vindt dat hoort en niet hoort in een gemeenschap. Een stukje als dit, zou dat in de eigen gemeenschap besproken kunnen worden? Probeer het eens.

Verwante werkwijzen