Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

Mededogen in actie, balans creëren tussen zelf en anderen

In het boeddhisme wordt veel nadruk gelegd op het ontwikkelen van vriendelijkheid en mededogen voor jezelf en anderen. Echter, op het moment dat we proberen die vriendelijkheid en dat mededogen vorm te geven, ontstaan er meteen vragen als: hoe ontwikkelen we dat? Helpt ons mededogen de anderen? Waar liggen onze grenzen? Gaat ons mededogen niet te veel ten koste van onszelf? Wanneer gaat dat ten koste van onszelf?
Om deze vragen te beantwoorden bieden we op deze pagina negen onderzoeken aan om op die vragen antwoord te krijgen. Hieronder bespreken we de eerste twee van die onderzoeken. In de achtergrondinformatie worden alle negen onderzoeken beschreven.

Twee onderzoekingen

Als we mededogend willen zijn naar anderen maar niet precies weten hoe we dat zouden kunnen doen, dan volgen hier twee onderzoeken die ons daarbij kunnen helpen om de juiste afwegingen te maken. Vragen die we wellicht hebben zijn: gaat het niet te veel ten koste van onszelf? Wie helpen we eigenlijk en helpt dit ook echt? Waar ligt onze grens?
Door op deze manier na te denken over wat wel en wat niet te doen, krijgen we meer inzicht in een specifieke situatie. Neem daarom eerst een specifieke situatie in gedachte en onderzoek dan de situatie met behulp van de twee onderzoeken. Voor een uitgebreidere versie van de onderzoeken, raadpleeg de de achtergrondinformatie.

1. Onderzoek naar voordelen voor onszelf en anderen
Het eerste onderzoek heeft als doel de balans te onderzoeken tussen voordeel voor anderen en nadeel voor onszelf. Dat voordeel respectievelijk nadeel kan direct zijn (iemand heeft er meteen nut van) of indirect (we helpen bijvoorbeeld iemand die dan beter anderen kan helpen). Uitgangspunt is dat:

  • Wanneer we beginners zijn op een boeddhistisch geïnspireerd pad, we niet iets moeten doen wat ten nadele van onszelf gaat.
  • Wanneer we meer gevorderd zijn op dat pad, dan mag het best ietwat ten koste van onszelf gaan. Dan kunnen we wel wat aan. We zijn dan zonder meer in staat en bereid om onze grenzen enigszins te verleggen. We zijn immers al wat getraind. Als het de ander echt helpt, moeten we het zeker doen.

Maar waar de balans ligt tussen zelf en ander, bepaalt iedereen zelf. Daarom spreken we ook over onderzoek.

2. Onderzoek naar wie baat hebben en wie niet
Bij dit onderzoek gaat het erom inzicht te krijgen in wie of welke groep baat heeft bij onze handeling en wie niet. Het gaat nu om hoeveel mensen voordeel hebben van onze handelingen en hoeveel mensen nadelen ondervinden van onze handelingen. Uitgangspunt bij dit onderzoek is dat, wanneer een bepaalde handeling van groot voordeel is voor veel mensen en een klein nadeel voor weinig mensen, we de handeling zouden moeten verrichten. Het onderzoek gaat er wel van uit dat we handelen vanuit mededogen. Handelen we alleen vanuit pragmatische overwegingen dan gaat dit uitgangspunt niet op. Dit uitgangspunt impliceert ook dat als iemand handelingen verricht die zeer nadelig zijn voor anderen, wij die iemand daarvan zouden mogen afhouden. Of bijvoorbeeld dat wij, als we iemand iets geven, zouden kunnen onderzoeken of deze persoon mede daardoor in staat is iets aan anderen te geven. Als dat niet het geval is kunnen we beter iemand anders iets geven die dat wel kan. Tenzij we iemand kunnen leren hoe te geven.

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie worden alle negen onderzoeken beschreven.