Selecteer een pagina
Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme
Met aandacht luisteren

Luisteren is een belangrijk aspect van menselijke communicatie. En in onze eigen ervaring is het ook één van de moeilijkste onderdelen. Dat komt waarschijnlijk door ons ongeduld, gebrek aan tijd, gebrek aan belangstelling of onze behoefte om vooral zelf te spreken. Het kan ook zijn dat we onze eigen meningen al klaar hebben en niet bereid zijn die te laten beïnvloeden door anderen. Dat kan anders.

Het mini-verhelderingscomité als oefening in luisteren

Als we goed kunnen luisteren zijn we in staat contact te maken met anderen. Om dergelijke luistervaardigheden te stimuleren, introduceren we hier een variatie op wat onderwijsdeskundige Parker Palmer in zijn boek ‘Leraar met hart en ziel’  het ‘verhelderingscomité’ noemt. Hij gebruikt die procedure als een manier om mensen naar elkaar te laten (te leren) luisteren. Onze ervaring is dat het prima werkt. Het hoeft daarbij niet veel tijd te nemen. Om te beginnen kan 15 tot 20 minuten per persoon al goed uitwerken.

Een eenvoudige werkwijze
Vorm een klein groepje van maximaal vijf personen en zoek een ruimte waar je comfortabel zit en elkaar goed kunt horen. Beslis wie het eerst aan de beurt komt en wie dan volgt.

  1. Begin met een moment stilte.
  2. De hoofdpersoon vertelt of leest een eerder geschreven stukje voor over zijn probleem of situatie; hij vertelt over de achtergrond van de situatie en zegt wat hij al heeft gedaan om tot een oplossing te komen.
  3. Als de hoofdpersoon uitgesproken is, stellen de groepsleden open, eerlijke vragen. De spreker antwoordt.
  4. Spiegelen: de groepsleden geven na een tijdje een samenvatting van de woorden van de hoofdpersoon om te zien of ze hebben begrepen wat de spreker bedoelde. De hoofdpersoon zegt in dit geval alleen ‘ja’ of ‘nee’ om aan te geven of hij zich in de samenvatting kan vinden.
  5. Geef de hoofdpersoon genoeg tijd om te reageren, om te antwoorden of iets toe te lichten.
  6. Eindig met een moment stilte.
  7. Doe nog een ronde met iemand anders of als er voldoende gezegd is, sluit het af.
  8. Eindig nieuwe rondes ook met een moment stilte.

Regels en geheugensteuntjes 

  1. Stel open, eerlijke vragen waarvan je het antwoord nog niet weet. De vragen moeten bedoeld zijn om de hoofdpersoon te helpen, niet om je eigen nieuwsgierigheid te bevredigen. Stel korte, directe vragen; hang geen lange verhalen op om je vraag in te leiden.
  2. De hoofdpersoon heeft altijd het recht om een vraag niet te beantwoorden.
  3. Voer het gesprek op een ontspannen en vriendelijke manier. Sta stilte ten behoeve van aandacht en gewaarzijn toe.
  4. Blijf met je aandacht bij de hoofdpersoon. Oefen je in aandachtig luisteren.
  5. Deze vorm van luisteren is niet bedoeld om de hoofdpersoon te helpen of om een probleem op te lossen. Het is bedoeld om te luisteren en te begrijpen.

Achtergrondinformatie

In de achtergrondinformatie is meer te vinden over de werkwijze van verhelderingscomités en de herkomst. Ook geven we een paar richtlijnen voor hoe we luisteren in ons dagelijkse leven kunnen inbouwen en wordt er verwezen naar andere websites.

Achtergrondinformatie: Met aandacht luisteren

Het verhelderingscomité nader toegelicht

Onderwijsdeskundige Parker Palmer introduceerde in zijn boek ‘Leraar met hart en ziel’ het begrip verhelderingcomité. Hij gebruikte deze term in het hoofdstuk dat ingaat op het voeren van gesprekken met collega’s. Luisteren is daarbij bijzonder belangrijk. Palmer licht toe hoe het verhelderingcomité in uitgebreide vorm werkt. De werkwijze stamt uit de Quackers-traditie, waar hij zelf vandaan komt.
Hieronder een deel van de tekst uit zijn boek. Een opmerking vooraf: de drie uur die hij zegt nodig te hebben is in onze ervaring aan de ruimte kant. Het kan aanzienlijk korter; 20 tot 30 minuten.

“Als we elkaar in ons innerlijk leven willen steunen, moeten we een eenvoudige waarheid in gedachten houden: de menselijke ziel wil niet worden gerepareerd, hij wil eenvoudigweg worden gezien en gehoord. En als we iemands ziel willen zien en horen, moeten we ons nog een waarheid voor ogen houden: de ziel is als een wild dier – sterk, veerkrachtig en toch schuw. Als we door het bos rennen en schreeuwen dat hij tevoorschijn moet komen omdat wij hem willen helpen, zal hij zich schuil blijven houden. Maar als we bereid zijn om rustig te gaan zitten en een tijdje te wachten, bestaat de kans dat hij zich zal laten zien.
Wij hebben grondregels voor een dialoog nodig die ons in staat stellen om aanwezig te zijn voor de problemen van een ander, op zo’n rustige en open manier dat de ziel zich durft te laten zien. Een manier die niet veronderstelt te weten wat goed is voor die ander, maar de ziel van die ander toestaat zijn eigen antwoorden te vinden, op zijn eigen niveau en in zijn eigen tempo.
Ik heb wat ervaring opgedaan met een model voor deze vorm van samenzijn. Het is ontwikkeld door een tak van de Quakergemeenschap, die het meer dan drie eeuwen heeft gesteld zonder het voordeel van een geestelijk leider. Voor het werk dat in de meeste kerken wordt gedaan door gewijde leiders – zoals bijvoorbeeld geestelijke bijstand bieden – moesten deze Quakers sociale structuren ontwikkelen die hun leden in staat stelden dat werk met en voor elkaar te doen.
De grondregels die ze opstelden voor een sociale structuur moesten voldoen aan twee belangrijke en paradoxale geloofsovertuigingen van de Quakers: ieder van ons heeft een innerlijke leraar die een behoeder van waarheid is, en ieder van ons moet in gesprek gaan met de gemeenschap om die innerlijke leraar te horen spreken. De sociale structuur van de Quakers biedt de gemeenschap de gelegenheid om iemand te helpen zijn innerlijke inspiratiebronnen te ontdekken en geeft grondregels die verhinderen dat de gemeenschap zich met leefregels en adviezen opdringt aan het innerlijke wezen van het individu.
De Quakerstructuur die ik in aangepaste vorm gebruik bij leraren is het ‘verhelderingscomité’. Het klinkt als iets uit de jaren zestig en dat is het ook: het komt uit 1660. Het is een eeuwenoude procedure die mensen uitnodigt elkaar te helpen bij persoonlijke problemen maar daarbij regels in acht te nemen die iemands integriteit beschermen.
Stel dat ik worstel met iets wat te maken heeft met mijn lesgeven – of het nu het ontwerpen van een leerplan voor het volgende semester is of mijn boosheid over leerlingen die zich in de klas misdragen. (Het eerste probleem kunnen de meeste leraren wel met elkaar bespreken, omdat het slechts een beperkt vertrouwen vereist. Het tweede zullen mensen alleen delen als ze elkaar echt vertrouwen.)
Om mijn probleem te bespreken nodig ik, omdat ik de zogenaamde hoofdpersoon in dit proces ben, vier of vijf mensen uit om mijn verhelderingscomité te vormen. Voor we bijeenkomen, schrijf ik voor mijn collega’s een paar bladzijden over mijn probleem. Dat kan in elke vorm, maar het is vaak gemakkelijk om het verhaal op te splitsen in drie gedeeltes: ten eerste een duidelijke omschrijving van de aard van het probleem; ten tweede relevante achtergrondinformatie, zoals eerdere, vergelijkbare ervaringen; en ten derde informatie over hoe ik tegen het probleem aan kijk – bijvoorbeeld dat ik de situatie zo ontmoedigend vind dat ik erover denk om mijn baan op te zeggen.
Mensen zeggen vaak dat de eerste stap in de richting van verheldering het probleem op papier zetten is. Door dingen op te schrijven, worden we gedwongen om gevoelens en feiten te ordenen. Zo kunnen we het kaf van het koren scheiden, het probleem uit ons hoofd halen en in het daglicht plaatsen. Daar zien problemen er vaak anders uit dan wanneer we ze eindeloos blijven herhalen in een omgeving van angst en twijfel.
Vervolgens komt het comité gedurende twee of drie uur onafgebroken bijeen (in de praktijk blijkt dat dat ook korter kan, bijvoorbeeld een uur voor 3 mensen (SE). De leden van het comité zitten met de hoofdpersoon in een kring en richten hun volledige aandacht op die persoon en zijn of haar vraag. Twee of drie uur lang is die hoofdpersoon het belangrijke onderwerp in het centrum van deze kleinschalige versie van de gemeenschap van waarheid, het heilige, respectwaardige onderwerp.
Volledige aandacht betekent dat de hoofdpersoon met zijn of haar probleem in het middelpunt staat en dat je als lid van het comité niet probeert om jezelf daar te plaatsen. De leden van het comité vestigen de aandacht niet op zich door hard te lachen als er iets grappigs gebeurt, door toe te schieten om de hoofdpersoon te troosten, of door net te doen alsof ze zich verbonden voelen met zijn of haar probleem (‘ik weet precies hoe jij je voelt’). Volledige aandacht betekent dat je jezelf vergeet, en je die paar uur gedraagt alsof je met geen ander doel op aarde bent dan om zorg te dragen voor deze persoon.
Aan het begin van de bijeenkomst zet de hoofdpersoon zijn probleem nog eens kort uiteen. Dan beginnen de leden van het comité met hun werk, waarbij ze geleid en beperkt worden door de onverbiddelijke grondregel: het is de leden verboden om op een andere manier tegen de hoofdpersoon te spreken dan door een eerlijke en open vraag te stellen. De opeenvolging van de vragen moet traag zijn; dit is een proces om inzicht te verwerven, geen verdediging van een proefschrift of een kruisverhoor. De hoofdpersoon beantwoordt de vragen gewoonlijk hardop maar heeft altijd het recht om de vraag te laten passeren, waarna de volgende vraag volgt. Door ruime stiltes te laten vallen tussen een antwoord en de volgende vraag, zorgt de groep ervoor dat het proces respectvol en vriendelijk verloopt.
De grondregel, alleen vragen stellen, is eenvoudig, maar het vereist veel van de vragenstellers. Het betekent geen advies geven, geen overdreven vereenzelviging (‘ik heb dat probleem ook gehad, en dit is wat ik deed’), het probleem niet doorschuiven naar iemand anders (‘je zou er eens met die en die over moeten praten’), geen suggesties om bepaalde boeken te lezen, technieken te gebruiken, bepaalde reflecties te beoefenen of therapeuten te raadplegen. Leden van het comité mogen de hoofdpersoon alleen maar eerlijke, open vragen stellen – vragen die niet het standpunt van de vragensteller benadrukken maar de hoofdpersoon helpen om zijn innerlijke wijsheid te ontdekken.
Voordat een verhelderingscomité bijeenkomt, moeten de leden duidelijk voor ogen hebben wat een eerlijke, open vraag is omdat we gauw geneigd zijn om vragen te stellen die verkapte adviezen zijn. Als ik vraag: “Heb je eraan gedacht om eens naar een therapeut te gaan?” dan houdt dat in dat die persoon naar mijn mening een therapeut moet raadplegen. Mijn vraag kan niet eerlijk en open zijn als ik tijdens het vragen al luister naar een bepaald antwoord dat ik als ‘juist’ beschouw. Maar als ik vraag: ‘Is zoiets je ooit eerder overkomen?’ en als dat zo is: ‘Hoe voelde jij je toen?’ dan zijn mijn vragen waarschijnlijk open en eerlijk. Bij dit soort vragen is het onwaarschijnlijk dat ik een bepaald antwoord wil horen of dat ik meen te weten wat het ‘juiste’ antwoord is.
In een tijdsbestek van twee uur kan deze cyclus van vragen en antwoorden een opmerkelijk cumulatief effect hebben. Terwijl de hoofdpersoon zijn of haar waarheid onder woorden brengt, verdwijnen de belemmerende lagen tussen die persoon en zijn innerlijke leraar, en is hij steeds beter in staat om de inspiratie te horen die van binnenuit komt.
Terwijl het proces vordert, worden we ons bewust van het feit dat we nooit in andermans ziel kunnen doordringen en daarom onmogelijk de oplossing kunnen weten voor het probleem van een ander. We kunnen zelfs niet precies weten wat het probleem is. Ik word vaak herinnerd aan dit feit als ik lid van een verhelderingscomité ben. Na tien minuten weet ik zeker wat er aan de hand is met de hoofdpersoon en wat er gedaan moet worden. Maar na twee uur aandachtig luisteren ben ik verbijsterd over mijn eerdere arrogantie. Ik zie dan dat ik het niet begreep – en zelfs al zou ik het wel begrijpen, dan zouden mijn abstracte ideeën over het probleem betekenisloos zijn totdat de persoon die het probleem heeft zelf tot het juiste inzicht komt.
Omdat ik vaak lid geweest ben van een verhelderingscomité, heb ik het voorrecht gehad getuige te zijn van iets heel bijzonders: mensen in gesprek met hun innerlijke leraar. De hoofdpersoon in deze situatie gadeslaan levert voor mij het meest krachtige bewijs dat wij allemaal een innerlijke leraar hebben. Het enige wat we nodig hebben is een situatie die ons in staat stelt om te luisteren, te spreken en te leren”.

Verder lezen/surfen

* Parker Palmer, Leraar met Hart en Ziel, WoltersNoorhoff, 2005. Dit boek is de Nederlandse vertaling van: Parker Palmer, The Courage to Teach, Exploring the Inner Life of a Teacher, Jossey-Bass, 1998
* www.couragerenewal.org
. De website van Parker Palmer.