Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

Omgaan met emoties (1)

In het boeddhisme wordt een groot aantal inzichten en adviezen aangeboden om met emoties om te gaan. Gebaseerd op ervaringen in cursussen worden op deze pagina drie werkwijzen aangeboden, die direct bruikbaar zijn in het omgaan met emoties. Dat zijn: de emotie uitstellen omdat die op dat moment niet goed uitkomt (1), de emotie aanraken en laten gaan (2), en de emotie het verhaal laten vertellen (3). Een vierde mogelijkheid (een directe omgang met emoties) wordt beschreven in omgaan met emoties (2) op deze website.

Omgang met emoties geen probleem. Of wel?

In de traditie van het Tibetaans boeddhisme, waar deze website op gebaseerd is, wordt een emotie zelden als probleem gezien. Wat wel vaak als probleem gezien wordt, is onze houding naar onze emoties, of onze verhouding tot onze emoties. Die verhouding kan vele vormen hebben. Mogelijkheden:

  1. We hebben de mogelijkheid een emotie te onderdrukken. We doen dat bijvoorbeeld omdat niemand het mag zien. Het zal duidelijk zijn dat die emotie zich in een of andere vorm vroeger of later opnieuw manifesteert. Maar op het moment zelf – en dat kan terecht zijn – lijkt de emotie uiterlijk geen rol te spelen.
  2. We hebben de mogelijkheid een emotie direct te uiten. We doen dat soms ook als het ten koste gaat van anderen: ‘jij …’. We hebben er vaak ook redeneringen bij waarom dat terecht is: ‘Het is terecht dat ik die doe omdat jij …’.
  3. We hebben de mogelijkheid ons te identificeren met de emotie als iets van ons: ‘dat ben ik. Ik ben iemand die snel boos is. Dat hoort bij mij; Ik ben nu eenmaal een emotioneel persoon. Dat is echt iets van mij. Zo is dat gewoon. Dat moet je maar beseffen’. Ook daar kunnen we redeneringen omheen zetten die dat onderbouwen: ‘Dat is echt iets van mij omdat ….’.

Deze drie voorbeelden van omgangsvormen met onze emoties leiden meestal tot ingewikkelde situaties. Alle drie hebben ze namelijk als kenmerk dat we ons via deze emoties afsluiten van onze omgeving. Vanuit een boeddhistisch of spiritueel geïnspireerde visie is dat precies niet de bedoeling. Het is de bedoeling om ons te openen voor de eigen emoties en er verbinding mee te maken. Er zit namelijk ook veel kracht in de emoties omdat emoties altijd gebaseerd zijn op dat we ons ergens door geraakt weten.

Drie omgangsvormen

Er zijn in de beginfase van een boeddhistisch geïnspireerd pad drie werkwijzen in het omgaan met emoties die ons goed verder kunnen helpen. Essentieel daarbij is dat we herkennen dat we emoties hebben en erkennen dat ze er zijn. Pas dan kunnen we met onze emoties omgaan. Als we ze niet herkennen en erkennen heeft dat geen zin.

1. Uitstellen, een blokje om lopen

De eerste omgangsvorm is het uitstellen van de emotie. Dit kunnen we het beste doen als we in een situatie zitten waarin het uiten van emoties niet bijdraagt aan de situatie. Op een sollicitatiegesprek heeft het meestal weinig zin als we onze irritatie over een vraag direct  manifesteren. We kunnen onze emotie dan beter even inslikken. Ook kunnen we, als de emotie te heftig is of als we weinig mogelijkheden zien om de emotie gedurende een bepaalde situatie in te tomen, beter een blokje om lopen. Of even slikken en tot tien tellen. We hoeven ons het overigens niet al te gemakkelijk te maken: enige vorm van emotionele verstoring kunnen we wel hanteren. Houd het iets langer uit dan je van plan was (twee ademhalingen?!). Uitstellen betekent overigens geen afstel. Het is belangrijk om later op de emotie terug te komen, al dan niet samen met anderen. Het is in elk geval ongewenst onze emotie onderdrukt te houden. Een prima methode om in een latere fase met onze emotie om te gaan is de beoefening hieronder bij 3. of de beoefening van tonglen een paar uur later of een volgende dag.

2. Aanraken en laten gaan

Bij deze tweede omgangsvorm raken we de emotie even aan, we voelen deze even en laten deze gaan: aanraken en laten gaan. Bij dat voelen of aanraken kunnen we de emotie ervaren als een kenmerk dat we bestaan, als een kenmerk van leven of overleven. We krijgen door onze emotie even aan te raken en te ervaren, een indruk van wat zich op dat moment in ons leven voordoet. Als we die ervaring waarderen krijgen we een eerste gevoel van zijn, zijn met wat er is. Door er op deze manier aandacht aan te besteden erkennen we volmondig dat we bestaan. We kunnen dat een paar keer doen maar daarna laten we dat los, laten we dat gaan. Door los te laten zijn we in staat om een volgend moment weer fris en spontaan naar onze situatie te kijken. Als we dat niet zouden doen, en aan onze emoties blijven hangen, creëren we een situatie waarin we onze emotie koesteren. Na waarschijnlijk een niet al te lange tijd zal er waarschijnlijk, als de frisheid eraf is, een haat-liefde verhouding met die betreffende emotie ontstaan. Dat zorgt voor extra ongemak. Wanneer we in staat zijn te laten gaan, komt er even later weer een situatie waar we deze omgangsvorm op kunnen toepassen. Dit herhaalt zich voortdurend: raak aan en laat weer los; raak aan en laat weer los; aanraken, loslaten; aanraken, loslaten; ….

Deze omgangsvorm is vooral goed bruikbaar als onze emoties niet te heftig zijn. Door het aanraken staan we onszelf toe deze ervaring te hebben en daarmee aanwezig te zijn. Aanraken is het herkennen en erkennen van de emoties. Bijzonder is dat, als de emoties zich herkend en erkend weten, de kleur en geur van die emotie vrijwel meteen veranderd en vaak zachter wordt. Emoties zijn minder stevig dan we dachten. Dat loslaten is ook te vinden in het laten gaan bij de werkwijze voluit ‘welkom’ en ‘tot ziens’ zeggen.

3. De emotie het verhaal laten vertellen

Het is ook mogelijk om wat uitgebreider aandacht te besteden aan onze emoties. We kunnen dat doen door onze emoties uit te nodigen en hen te vragen hun verhaal te vertellen. We gaan er dan voor zitten (op ons meditatiekussen of de bank) en vragen onszelf af wat deze emotie ons wil vertellen. Dat hoeft niet lang te duren. Het kan bijvoorbeeld in 1 tot 5 minuten. Dat kan ook in ons dagelijks leven. Het is ook mogelijk er tijd voor uit te trekken gedurende een meditatiesessie. In alle gevallen is het belangrijk dat de emotie onze geest niet overneemt. We moeten beseffen dat het gaat om onze geest en dat de emotie onze gast is als we die uitnodigen: de emotie is op bezoek. Wanneer de emotie onze geest dreigt over te nemen, onze mentale ruimte te veel bezet, kunnen we beter stoppen en teruggaan naar ons dagelijkse leven of naar de techniek van meditatie. Dan zeggen we stop, nu niet. Dan gaan we terug naar de eerste methode. Eventueel komen we er later weer op terug. Deze werkwijze is direct verwant met de werkwijze van voluit ‘welkom’ en ‘tot ziens’ zeggen op deze website. 
In een tekst geschreven door Dzogchen Ponlop Rinpoche staat een mogelijke omgang met onze emoties als volgt beschreven:

‘…wat we feitelijk aan het doen zijn bij deze beoefening , is de deur of de poort van onze geest precies in de gaten te houden. We zijn voortdurend oplettend. We zijn er voortdurend alert op om de deur van onze geest dicht te kunnen doen, zodat geen schadelijke ‘wezens’ (emoties) zich kunnen bemoeien met onze staat van geest. We zijn bijzonder oplettend in het openen en sluiten van de deur. Wanneer een emotie zich aandient en op de deurbel drukt, horen we de bel, wanneer we de deur dicht gedaan hebben. Als we de deur niet dichtgedaan hebben, en we horen geen bel, komen de gasten onverwacht binnen. Wanneer onze geest niet aandachtig is, komen de gasten altijd onverwacht. Daar hoeven we op geen enkele manier bang voor te zijn. Maar wanneer we aandachtig zijn en de deur tijdig sluiten, en zeker weten dat de deur is gesloten, krijgen we geen onverwachte gasten. Jullie weten dat emoties altijd aankloppen, altijd aanbellen. Daar hoeven we niets voor te doen.

Maar we disciplineren hen, we maken hen duidelijk dat zij begrijpen dat het ons grondgebied is. Iedere keer als we de deur openen, kijken we eerst door de brievenbus, om er zeker van te zijn wie onze gast is. Wie is onze gast dit keer? Dit is heer Boosheid. We erkennen, herkennen onze gast en dan openen we de deur. We sluiten onszelf niet op. Wel moeten we de deur met waardigheid, met respect, met aandacht openen. We openen de deur. We laten onze gast binnen, en we praten met onze gast waar hij of zij ook maar over wil praten. Dan begeleiden we onze gast naar de deur. We openen de deur, en laten deze gaan.

Hang niet aan je gast. Kom niet te dichtbij. Ontwikkel geen intieme relatie. Laat deze gewoon gaan. Open de deur. Laat deze gaan en wees er zeker van dat je de deur gesloten hebt, zodat je de bel weer hoort wanneer nieuwe gasten zich aandienen …’.

Deze derde omgangsvorm bestaat daarmee uit drie stappen:

  1. Binnenlaten. Dat komt direct na het herkennen en erkennen van de emotie (het kloppen aan de deur). Ook kunnen we besluiten de gast niet binnen te laten omdat het niet uitkomt of de emotie te heftig is (de 1e mogelijkheid).
  2. Het verhaal laten vertellen. Ofwel: de emotie met nieuwsgierigheid onderzoeken. Er blijft wat afstand zodat we helder kunnen zien. We zijn niet de emotie;
  3. Laten gaan. Ofwel: afscheid nemen. Daarna kunnen we terug naar ons alledaagse leven.

Daarna kunnen we wachten tot een nieuwe emotie, een nieuwe gast zich aandient. Die komt. Daar kunnen we zeker van zijn.