Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

In omgaan met emoties (1) zijn er drie omgangsvormen met emoties beschreven. De daar beschreven omgangsvormen zijn vooral geschikt voor het omgaan met kleinere emoties. Daarnaast bieden ze tevens een opstap om naar onze eigen emoties te kijken. Op deze pagina wordt een vierde omgangsvorm met emoties beschreven. Deze omgangsvorm is ook geschikt voor diverse emoties, maar werkt beter bij heftigere emoties. Het gaat hier namelijk om een directe omgang met emoties. Bij de directe benadering laten we de emoties voor wat ze zijn. Om te proberen ze daarna te ervaren zoals ze zijn.

Deze boeddhistische geïnspireerde werkwijze is minder geschikt voor diegenen die snel uit hun evenwicht zijn. Die kunnen beter eerst met omgaan met emoties (1) oefenen. Wel is het mogelijk de hier beschreven werkwijze met de hieronder beschreven stappen te oefenen met kleinere emoties. Na de vier stappen wordt toegelicht waarom we de vier stappen niet altijd meteen lukken en we dit regelmatig moeten oefenen om ons de stappen eigen te maken.

Vier stappen

Vooraf wordt de kanttekening gemaakt dat de vier stappen zich in de praktijk van alledag niet altijd in deze volgorde laten sturen. De werkelijkheid toont zich met name bij heftige emoties op geheel eigen wijze. De stappen geven echter een goede indruk van wat belangrijk is in de directe omgang met emoties.

  1. Herkennen dat we geraakt worden.
    Wanneer we geraakt worden door een emotie, brengt dat vrijwel altijd meteen allerlei associaties en herinneringen naar boven. Deze roepen gewoontepatronen op, gewoontepatronen die we eerder getraind hadden. We waren immers gewend om, als we geraakt worden, daar met onze gangbare (vaak) verdedigende manieren op in te haken. Bij deze en de tweede stap proberen we dat proces van het inzetten van onze oude gewoontepatronen te stoppen. Bij deze stap gaat het er vooral om dat we herkennen dat we geraakt worden: ‘Dat doet pijn; ik word boos; ik voel me te kort schieten.’ Als we dat doen zien we de geraaktheid als een feit in plaats van als een probleem. Wanneer we niet goed getraind zijn, dringt die geraaktheid vaak pas een paar momenten of een paar uur later door. Door er regelmatig aandacht aan te besteden komen we er steeds sneller dichterbij. Ook de beoefening van meditatie helpt ons om even een pauze in te lassen. Dat sluit aan bij de werkwijzen van stop, ontspan, kijk of korte pauzes in een dag creëren op deze website.

     

  2. Afzien van instappen in onze gewoontepatronen.
    Vanuit onze gewoontepatronen hebben we meestal een grote urgentie om op de geraaktheid in te gaan. Het lijkt soms wel dwangmatig. We móeten dan in die situatie die bepaalde reactie leveren. Het belangrijkste kenmerk van deze tweede stap is dat we aan deze neiging geen gehoor geven. Dat is moeilijk maar belangrijk om te doen. Afzien van reageren is lastig omdat het soms lijkt alsof we daardoor ons hart uit onze emotie halen. Dat is niet zo. Even later zullen we ons hart weer terugvinden. Wat hier gebeurt is dat we een pauze creëren, een opening, wat ruimte temidden van de intensiteit van onze emoties. Die opening hebben we nodig als we op een andere wijze met onze emotie willen leren omgaan. Om dit te laten slagen moeten we goed gemotiveerd zijn. We moeten weten waarom we willen stoppen met onze standaardreacties. Die motivatie, die intentie, wordt met name gestimuleerd als we de nadelen zien van de inzet van onze gewoontepatronen voor onszelf en anderen. We zien dat als we bijvoorbeeld ontdekken dat onze boosheid of irritatie of ongeduld anderen tot last is, waardoor ze zich van ons terugtrekken. We zien dan dat er weinig voordelen zijn aan het inzetten van dergelijke emoties. Wij zelf ook niet.

  3. Ontspannen met de onderliggende gevoelde betekenis van de ervaring van de emotie.
    Bij deze stap is het de bedoeling om te ontspannen in de ervaring van de emotie. Bij de eerste stappen hebben we een inspanning geleverd om niet mee te gaan met onze gewoontepatronen, zodat alleen onze geraaktheid overblijft. Bij deze stap is het de bedoeling om die geraaktheid direct te ervaren en te voelen. Dat lukt het beste wanneer we rusten in ons lichaam en ontspannen in de ervaring van de emotie. Op dat moment krijgt die ervaring betekenis.
    Deze stap is meestal de stap waar we voor weglopen. Deze stap toont ons wat we meestal niet graag willen zien. Deze stap toont ons ons ongemak. Deze stap is daarom de stap die moed van ons vraagt. Bij deze stap kijken we namelijk naar wat er werkelijk aan de hand is. Daarin ontspannen is essentieel. Bovendien blijkt vaak dat het meevalt: in de meeste gevallen wordt de emotie zachter door deze direct onder ogen te zien. In elk geval ontstaat een gevoel van ruimte.

  4. Loslaten.
    Bij de laatste stap is het advies de eerdere drie stappen los te laten. Bij deze stap rusten we even in wat deze oefening ons heeft opgeleverd. Laat gaan. Laat de verhaallijnen rond de emotie los. Rust. En ga even later verder met de dingen van alledag. Zie eventueel de werkwijze van analytische meditatie op deze website voor deze laatste stap.

De vier stappen tezamen zijn bijzonder krachtig. Ze zijn op het moment zelf ongemakkelijk maar op termijn minder ongemakkelijk dan de problemen die we in onze omgeving en onszelf creëren wanneer we dit niet doen. De situatie om ons heen wordt hier gezonder door.

De vier stappen lukken niet meteen

Er zijn vooral twee redenen waarom het inzetten van de vier stappen niet altijd direct lukt en waarom we de stappen vaak moeten oefenen.

  1. Allereerst staan onze gewoontepatronen ons in de weg. We hebben onszelf immers tijdens ons leven goed getraind om met specifieke emoties op een specifieke manier om te gaan. Doet doen we niet voor niets. We deden dat omdat we bijvoorbeeld bepaalde gevoelens niet wilden ervaren of niet onder ogen wilden zien. Als we dat om dergelijke redenen gedaan hebben, is het ook moeilijk die door schade en schande aangeleerde gewoontepatronen weer los te laten.Maar het is tegelijkertijd mogelijk ons te realiseren dat gewoontepatronen ons vandaag aan de dag wel eens minder zouden kunnen helpen dan dat ze ons vroeger deden, bijvoorbeeld omdat we veranderd zijn, omdat we meer aankunnen, of omdat we nu beter zien dat anderen er last van hebben en dat niet meer willen. Dat kan leiden tot een wens om te veranderen. Dat kan. We zijn in staat om vanaf nu opener, wakkerder, vriendelijker en helderder in het leven te staan. Dat is namelijk onze inherente kwaliteit. We hoeven niet aan onze gewoontepatronen vast te houden als ze niet meer functioneel zijn. We moeten dan wel de intentie ontwikkelen dat we willen veranderen.
  2. Naast de gewoontepatronen hebben we ook te maken met de gelaagdheid van onze emoties. Als we op een bepaalde emotie wat dieper ingaan, komen er achter die emotie nieuwe emoties tevoorschijn. En weer nieuwe. Dat maakt het lastig om die emotie op te lossen. Ons leven wordt ingewikkeld van die in elkaar gehaakte emoties. Daar zijn we niet meteen van af. Wel is het mogelijk om te leren met die emoties directer om te gaan. Daar wordt ons leven eenvoudiger en directer van. Want uiteindelijk komt het erop neer dat we geraakt zijn door wat iemand zei of deed. Bij die geraaktheid komen, daar gaat het om. Daar zijn de vier stappen voor bedoeld. Als we dat doen weten we beter hoe we er zelf in zitten.

Het advies is daarom om deze stappen regelmatig te doen, steeds kort.