Met aandacht lopen | Toegepast Boeddhisme

In de boeddhistisch geïnspireerde visie is het gewenst dat iedereen zich ontwikkelt tot ‘een wakker en meedogend persoon’. In de visie van de vijf stijlen (zie de vijf stijlen) is het gewenst dat iedereen zich ontwikkelt tot ‘een kleurrijk persoon’. Maar zelfs als het gewenst is, betekent dat nog niet dat het ook gaat gebeuren. Soms echter helpt het wanneer we een klein zetje krijgen van een vriend. Als we zelf dat zetje aan iemand anders geven, zijn we een uitdagende en meedogende vriend. Het is belangrijk te weten wanneer we die steun of dat zetje wel of niet kunnen geven. Daarover gaat deze werkwijze.

De uitdagende en meedogende vriend

De uitdagende en meedogende vriend voldoet aan vier kenmerken, namelijk: die ziet helder wie die voor zich heeft (1), maakt gemakkelijk contact en in staat om iemand met behoud van contact te stimuleren (2), loopt zelf een boeddhistisch geïnspireerd pad (en is dus zelf regelmatig uitgedaagd, 3) en is in staat de gelegenheden te benutten die zich voordoen (4). Hieronder een toelichting op de vier kenmerken. 

1. Helder zien

In de boeddhistisch geïnspireerde visie wordt er vanuit gegaan dat iedereen zich, naast het hebben van een baan, goede relaties, de nodige vaardigheden en dergelijke, kan ontwikkelen tot ‘een geheel persoon’. Iedereen heeft de kwaliteit om dat te ontwikkelen. Iedereen kan dat. Een uitdagende en meedogende vriend kan daar bij helpen. Een belangrijke voorwaarde is dan dat de meedogende en uitdagende vriend de ander ziet, echt ziet. Als die de ander niet ziet, maar de ander wel wil uitdagen, hoe goed bedoeld ook, kan dat fout uitpakken.

Iedereen wil graag gezien worden. Iedereen wil iemand die direct met hem of haar communiceert en niets achterhoudt. Dat maakt immers dat we ons als persoon gezien voelen, gekend. Maar direct gezien worden, en directe feedback krijgen maakt soms ook dat we ons ongemakkelijk voelen. Dat gebeurt omdat we onszelf soms anders zien dan de ander, we onszelf niet altijd in alle situaties even goed inschatten, of onze verwachtingen niet altijd kloppen met hoe dingen werkelijk gaan. Dat hoort erbij. Ons ongemakkelijk voelen is in veel gevallen de keerzijde van volledig gezien en gekend worden.

Directe feedback geven als meedogende en uitdagende vriend is daarom niet altijd gemakkelijk. Maar, gemakkelijk of niet, het gaat er allereerst om dat we helder zien wie de ander in die specifieke situatie is, helder zien wie we voor ons hebben. Om een meedogende en uitdagende vriend te zijn moeten we ons openstellen voor wie we willen ondersteunen. Dan kunnen we wellicht een klein zetje geven om de andere te helpen een stapje te maken op een boeddhistisch of spiritueel geïnspireerd pad.

2. In contact zijn
Het doel van een persoonlijke en boeddhistisch geïnspireerde ontwikkeling is dat we wakker, fris en open zijn, dat we vrij naar de wereld kijken. Dat geldt voor het waarnemen van wat buiten ons is en voor het waarnemen van wat er in onszelf gebeurt. Dat is een andere manier van het beschrijven van een boeddhistische of spiritueel geïnspireerd pad. Op een dergelijk pad hebben we zowel aandacht voor het innerlijke als voor wat zich in onze omgeving afspeelt (zie ook de werkwijze van contemplatief observeren). Maar om anderen zover te krijgen dat ze zo’n pad gaan lopen of blijven lopen, zullen we die ander soms moeten uitdagen. Nieuwe dingen aanleren vraagt vaak om het afleren van oude patronen. Dat is net zoals geverfd hout geschuurd moet worden voordat een nieuwe verflaag opgebracht kan worden. Als het om mensen gaat is dat schuren niet altijd even gemakkelijk, voor niemand niet. Om het uitdagen niet bedreigend te maken, moet de uitdagende en meedogende vriend bij het uitdagen in contact blijven. Uitdagen kan niet vanaf een afstand. Dat gaat niet via de mail. Dat kan alleen in direct contact. dat kan alleen als we meeleven. Het is niet toegestaan om feedback te geven om daarna te vertrekken en de ander het in zijn eentje verder te laten uitzoeken. We moeten erbij blijven. We moeten verdere vragen beantwoorden en duidelijk maken dat we om de ander geven. De rode stijl, zoals op deze website beschreven is, sluit hier goed bij aan.

De uitdagende vriend is in eerste instantie niet taakgericht. Het gaat hem of haar in eerste instantie niet om het verbeteren van de efficiency van een bedrijf of het verbeteren van de collegiale verhoudingen. Het gaat er om om iemand te ondersteunen bij diens boeddhistische of spirituele pad, bij het oplossen van die problemen die verdere ontwikkeling belemmeren. Deze opvatting gaat uit van iemands fundamentele gezondheid en intelligentie. We gaan ervan uit dat de persoon te vertrouwen is, dat de persoon zich verder wil ontwikkelen. En natuurlijk gaat het over onszelf als uitdagende vriend die zichzelf vertrouwt (zonder zelfoverschatting) en die weet dat we onszelf ook ontwikkelen als we directe relaties aangaan met anderen. Die weet dat we fouten mogen maken, net zoals anderen dat doen. We zijn vergevingsgezind. Anders werkt het niet.

3. Zelf een spirituele reis maken, mededogen
Wil een meedogende en uitdagende vriend anderen uitdagen tot een persoonlijke en boeddhistische of spirituele reis, dan moet die zelf eerst een zo’n reis afgelegd hebben en nog steeds afleggen. Anders spreekt die meer vanuit wat die in boeken heeft gelezen of vanuit theorieën die die op basis van eigen ervaringen heeft ontwikkeld. Daar sluit bij aan dat de uitdagende vriend veel ervaring moet hebben met zelf uitgedaagd te zijn door anderen. Dan weet hij of zij enigszins wie hij of zij zelf is. Anderen kunnen daarbij helpen. In het boeddhisme wordt gesproken over de spirituele gemeenschap of de sangha, de groep mensen die tezamen de boeddhistisch geïnspireerde reis ondernemen. Die hebben de mogelijkheid om elkaar bij die reis te ondersteunen en elkaar daarin te stimuleren en uit te dagen. Zo’n gemeenschap biedt de gelegenheid om samen met de mede-reizigers door mogelijke obstakels heen te werken en die om te vormen tot onderdeel van het pad. Zo’n gemeenschap is een vruchtbare grond om de aspiraties van ‘gelukkig worden’ of ‘vrij zijn’ toe te passen. In overeenstemming met de leringen van de Boeddha, met de instructies van een leraar, en met het eigen natuurlijke gevoel van mededogen, is het de intentie van een dergelijke gemeenschap om een omgeving te creëren van liefdevolle vriendelijkheid voor en mededogen met medereizigers. Met die houding is het ook mogelijk anderen te helpen. Zie daarvoor ook de boeddhistisch geïnspireerde werkwijzen van liefdevolle vriendelijkheid, mededogen in actie, vrijgevigheid, discipline en geduld.

4. Gelegenheden benutten
In het leven zijn er talloze situaties die zich lenen om anderen uit te dagen: ruzies; problemen bij samenwerking; tegenvallende resultaten; slechte dagen; ochtendhumeuren; tegenvallende planningen, pech, … Dit gebeurt met name als er een rijke omgeving is: als er veel uitdagingen zijn (en dus teleurstellingen); als dingen niet op voorhand vastliggen en er veel keuzes gemaakt moeten worden (en er dus tegenvallers zijn); als er veel samengewerkt wordt (en collega’s veel minder aardig bleken dan gedacht); als de spanning stijgt (wanneer de deadline niet gehaald dreigt te worden en sommige mensen zich dat niet of nauwelijks aantrekken); bij ernstige ziekte in de familie. In ons en andermans leven zijn er gelegenheden genoeg om mensen te ondersteunen bij hun pad als we goed om ons heen kijken. Maa we moeten dan wel ons herinneren dat er vier kenmerken nodig zijn voor we onszelf een meedogende en uitdagende vriend kunnen noemen. 

Spannend
Een uitdagende en meedogende vriend zijn, is heel spannend. Dat hoort erbij. Maar als het onveilig wordt zijn we te ver gegaan. De balans opzoeken tussen uitdaging en veiligheid is wat de uitdagende vriend voor beide partijen spannend maakt. Vaak is het zo dat, wat in eerste instantie ervaren kan worden als onveilig, kan later toch als goed ervaren worden. Maar het blijft een precair evenwicht.

De leraar in de spirituele traditie

De uitdagende en meedogende vriend kunnen we in een groot aantal contexten aantreffen: in het onderwijs met een leraar en leerlingen of studenten; in leerling-gezel relaties; in coachings situaties; in een relatie met een psychotherapeut of psychiater, … Ook in een spirituele of boeddhistische situatie is de leraar te zien als uitdagende en meedogende vriend(in). Zoals de laatste tijd helder is geworden moeten we ook bij dergelijke leraren opletten omdat zij soms misbruik maken van de situatie. Een paar opmerkingen daarover: 

‘… De leraar-leerling verhouding kan er een van devotie zijn. Dat gaat gepaard met gevoelens van overgave aan het ‘grotere’ door een persoon (de leraar) heen. Voor mij is het een groot geschenk een band met een leraar te hebben gehad. De leraar komt zo diep binnen dat het voor beiden belangrijk is hier zorgvuldig mee om te gaan’. De andere kant is dat ‘te veel devotie ook gevaarlijk kan zijn omdat een leraar van een dergelijke houding misbruik van kan maken. Door alle devotie raken we blind voor de manipulatieve kant daarvan. We moeten altijd opletten en op onderzoek uitgaan. Er zijn goede en slechte spirituele leraren’. 

‘… Echte spirituele leraren zijn vriendelijk, vol mededogen, onvermoeibaar in hun verlangen alle wijsheid die zij via hun leraren verworven hebben te delen. Ze blijven altijd bescheiden, laten hun leerlingen nooit in de steek en maken op geen enkele wijze misbruik van hen. Hun leven staat volledig in dienst van het onderricht. Nooit streven zij hun eigen doelen na. Echt vertrouwen kan alleen ontstaan wanneer iemand deze kwaliteiten belichaamt. Je zult merken dat, wanneer je dit vertrouwen hebt, de leraar belangrijk wordt in je leven en je houvast geeft in alle moeilijke momenten in leven en dood’.

‘ … Alles wat jij vindt van een spirituele leraar is een persoonlijke ervaring. Wat belangrijk is, is dat je nagaat wat deze ervaring voor jou betekent. Over het algemeen is de beste vraag die jij jezelf kan stellen: voedt het mij om deze leraar te zien? En dus niet: is het leuk deze leraar te zien? Als het antwoord ja is, ga je naar de bijeenkomsten; is het antwoord nee is dan ga je niet. Het antwoord is waar, zolang het waar is. Daarmee bedoel ik dat je altijd van gedachte kunt veranderen’.

‘Een belangrijk criterium voor mij is steeds vaker geworden dat ik een spirituele leraar pas vertrouw als ik echte antwoorden krijg op mijn echte vragen. Die vragen kunnen wellicht stom of slim zijn maar het zijn wel vragen waarop ik echt graag een antwoord wil hebben. Een goede spirituele leraar geeft je antwoorden die oprecht zijn en die interesse tonen in wie je bent. Hoe je daarachter komt of je een leraar vertrouwt? …. Door naar diens bijeenkomst te gaan en echte vragen te stellen. Dan kom je er snel genoeg achter’.